.
Nijmegen is de oudste stad van Nederland. Maar dat merk je niet veel van. En al helemaal niet in de binnenstad aan de Waal. Want er zijn maar weinig plekken in dit land die zo hardvochtig en grondig zijn verpest als dit ooit zo bijzondere stadslandschap. Dat is nergens zo zichtbaar als bij een raadselachtige muur die als het Groene balkon bekend staat. Als representant van de familie van grote nutteloze werken ligt hij onaf in de binnenstad.
De zinloze wand heeft ook een naam: de klaagmuur. Toepasselijk. Maar hoewel deze plek heel wat te wensen overlaat kun je er helaas geen briefjes instoppen.



Hoe is dit zo gekomen? De benedenstad had door de aanleg van de Waalbrug sterk aan belang verloren en begon langzaam te verkrotten. Daarom leefde al voor de oorlog de wens hier krachtig te gaan saneren. Het groene balkonplan was een kernpunt van die plannen. Dat dateerde al uit 1940 toen de stichting Saneering Oude Stad (S.O.S.) – (sic) het plan aan de gemeente aanbood. Door de oorlog en het bombardement van de bovenstad in 1944 kwam daar weinig van terecht. Toen de herbouw in 1953 voldoende op stoom was gekomen werd het echter weer actueel.
Fotoserie van bouw Groen balkon in jaren 50. Klik op pijlen om te bladeren!
Door de sloop van een aantal steile trappen en stegen(gassen in het Nijmeegse dialect) zou de bebouwde steile heuvelflank vervangen worden door een ongeveer 180 meter lange en 8 tot 10 meter hoge keermuur. Op dat groene balkon -in feite dus een enorm kunstmatig geëgaliseerd terras- zou een weldadige moderne stad gaan ontstaan met allemaal vrolijke bewoners. Ondanks het vooruitzicht van heleboel fijne flats werd het plan nooit voltooid. De muur trouwens ook niet, want volgens de plannen had die nog een flink stuk verder naar het westen moeten doorlopen.
Maquette van de benedenstad en Groen Balkon rond 1970 met frutselboompjes een geplande invulling door hoogbouw. Klik voor close ups. (Bron: Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen)
Wel werd er vol overgave gesloopt in dit bijzondere stukje middeleeuwse binnenstad. Van de bebouwing aan de voet van de muur bleven maar 2 gebouwen bewaard en de steegjes over de aflopende heuvelflank werden simpelweg bedolven. Voor het egaliseren van de heuvel werd o.m. puin uit de binnenstad gebruikt. Zelfs de erkende puinhoop-specialist prins Bernhard kwam kijken! Zoals we inmiddels wel weten helpt het meestal niet als de prins ergens naar kijkt. En dat gold ook voor de in 1954 voltooide muur. Het is dan ook geen schoonheid geworden. Vale baksteen, een streng betonnen hek en provisorisch aangebrachte straatverlichting geven de stenen nietsnut een uitstraling die de sfeer van een noodlijdend verzorgingstehuis met die van de Berlijnse Muur verenigt.
Enig ornament is een grote geblindeerde poort met een in 1966 aangebracht mozaïek waar Maria en St. Olof tonen hoe je schippers moet beschermen en een zeemonster kunt vertrappen. Prachtig natuurlijk. Maar de in alle opzichten infantiele boodschap is toch wat misplaatst in dit stedenbouwkundige rampgebied. Er is hier wel wat meer is meer nodig om een bezoeker in z’n kracht te zetten.
Aan de voet van de muur bleef het dus treurigheid troef. Maar ook op de bovenzijde van het plateau liet de levensvreugde nog veel te wensen over. De moderne wijk kwam er natuurlijk nooit. Groen werd het trouwens ook niet. Wel werd de auto gemeengoed. Het winderige plateau deed daarom al snel dienst als een grote parkeerplaats en kreeg alle droefgeestige attributen die daarbij horen. Ook het uitzicht liet te wensen over: de afbraak van de resterende benedenstad werd zo voortvarend aangepakt dat er tot de jaren ’90 alleen een kale vlakte met wat vervallen panden als eilanden in een zee aan blik te bekijken viel.
Maquette van de benedenstad met een wat brutere invulling van het balkon. De frutselboompjes zijn vervangen door sponsjes. Let op de enorme kaalslag in de rest van de benedenstad. Rechts de reële situatie medio jaren ’70. Bron: Fotocollectie regionaal archief Nijmegen.
Naast auto’s bestond de bebouwing uit wat gebouwen en muren die om de een of andere reden bleven staan. Pas medio jaren ’70 verscheen er wat nieuwbouw in de vorm van de naargeestige blokkendoos van Cultureel Centrum de Lindenberg. Tien jaar later werd de rest van de ruimte gevuld met op Nieuwegein en Almere geïnspireerde huurflatjes om de permanente aanwezigheid van mensen te stimuleren. Ondanks die succesvolle herintroductie van onze soort zijn er wel wat vraagtekens zetten bij de biotoop die daarvoor werd ontworpen. De wolf heeft het wat dat betreft beter.
Links: de parkeergelegenheid en ingang van het casino. Op de achtergrond de Valkhofkapel. Rechts: sfeerimpressie van de vervangende bebouwing uit de jaren ’80.
Heel even leek het erop dat de zinloze Klaagmuur gezelschap zou krijgen van een bijzondere en zinvolle soortgenoot. Tijdens de bouw van het casino werd namelijk in de jaren ’90 een forse Romeinse muur aangetroffen. 80 meter lang, 4 meter hoog! Voor Nederland een unieke vondst, want er is hier zo goed als niets bewaard gebleven. Dat klaagmuren en Romeinen een wat gespannen relatie met elkaar hebben weten we al al sinds Titus’ bezoekje aan Jeruzalem in het jaar 70. Hier was dat ook het geval, maar nu verloren de Romeinen. In lijn met de lokale traditie werd na de middeleeuwse stad ook dit stuk Romeins verleden op een minimaal restant gesloopt om plaats te maken voor de parkeergarage en een casino. Daarbij werd de Klaagmuur geparasiteerd door het gokpaleis en gedeeltelijk gedegradeerd tot wand van een vunzige tunnel.
Rond de eeuwwisseling werd een nieuwe akte aan het drama toegevoegd door de aanleg een een trap (de Veerpoorttrappen) naar het cultureel centrum De Lindenberg. Vreemd eigenlijk, want het balkon was juist bedoeld om zulke straatjes en trappen te vervangen. Zo werd de situatie van voor de bouw daarvan feitelijk hersteld. Behalve vanuit een cosmetisch oogpunt. Want voor deze ingreep werd de oostkant van het balkon doorbroken waardoor de uitpuilende betonnen ingewanden op exhibitionistische wijze zichtbaar werden gemaakt.
Wie door het bruut uitgebeend architectonische karkas naar boven sjokt krijgt niet alleen een onfrisse anatomische les, maar wordt tevens getrakteerd op een door lillend beton omlijste blik op het Cultureel centrum de Lindenberg. Je vraagt je af waarom, want dat heeft de uitstraling van een TBS-kliniek. Overigens een goede verblijfplaats voor voormalige en toekomstige stadsplanners die op deze plek actief waren. Want zoals je hier kunt ervaren leidden hun activiteiten tot schadelijk en irrationeel gedrag met een hoog risico op herhaling.
Zo is deze plek weer een voorlopig hoogtepunt van een reeks van stedenbouwkunde ingrepen die in 1950 begon en vast nog niet afgesloten is. Want Nijmegen blijft gewoon de oudste stad van Nederland. En ze blijven er alles aan doen om dat niet te laten merken



Nijmegen bestaat uit twee delen: de bovenstad en de benedenstad. Het is een tragisch toeval dat de bovenstad van Nijmegen in de oorlog werd verwoest. Het is nog tragischer dat de veel interessantere benedenstad na de oorlog voor het grootste deel werd gesloopt. Voor het balkon verdwenen Steenstraat, Vleeshouwerstraat en Strikstraat. En gedeelte van de bendestad dat weliswaar vervallen was, maar voor een belangrijk deel uit middeleeuwse bebouwing bestond. Daarnaast werd de structuur van de bebouwde heuvel totaal vernietigd door de aanleg van een plateau. De muur verbrak de verbinding van bovenstad met de Waal bijna volledig. Het plan voorzag in een uitbreiding naar het Westen die nooit werd gerealiseerd. De verdere kaalslag van de benedenstad leverde een kale vlakte op die pas medio jaren ’80 werd opgevuld met een Nieuwegein-achtige bebouwing. Het Mozaïek ‘Moeder Gods als beschermer van de Schippers’ is van de kunstenaar Hans Truijen (1928-2005).
Adres: Groene Balkon, Nijmegen. Het groene Balkon is straatnaam-en tevens naam van een parkeerplaats. De enige functie die het ooit met verve heeft vervuld.
De beeldbank van het onvolprezen Regionaal Archief van Nijmegen bevat prachtig materiaal waarop de bouw van het balkon us vastgelegd. Sommige foto’s zijn voor dit artikel gebruikt. Op de meeste foto’s rust echte auteursrecht. Deze link brengt je op de resultaten van een zoekopdracht die de bouw prachtig documenteert.
Toen en nu:


Situatie voor de bouw: deels klaalgesloopte heuvel met Vleeshouwerstraat en Besiendershuis(trapgevel). Situatie 2026: geëgaliseerd plateau en een hoger standpunt. Allen brug een Besiendershuis herinneren aan oude situatie.


Voor en na: Voormalige Vleeshouwerstraat richting Valkhofkapel. Rechts situatie 2026. De straat is bedolven onder het groene balkon. Links de aanbouw naar het casino.


Voor en na: Besiendershuis voor bouw Balkon. Achterliggende bebouwing is deels al gesloopt, trappen lopen nog tegen de heuvel aan. Rechts, situatie 1926. Het rode gevaarte links is een recent kunstwerk.
Gerelateerd…
De Abri van Beljon in Tilburg. Een bushalte als hunebed en doolhof.
Gebouwen kunnen zich niet voortplanten, maar in Tilburg lijkt het tóch gelukt te zijn. Daar staat een gebouwtje dat zich voordoet als kruising tussen een bunker en een hunebed. Het product van die steengoede…
Lees verder Keep readingDie Klorolle. De betonnen WC-rol-kerk van Hamburg.
Nergens is de Blijde Boodschap zo innig met de Grote Boodschap verbonden als in Hamburg. Daar staat in het stadsdeel Wilhemsburg de Maximilian Kolbe Kirche. De kerk werd gebouwd in 1974, maar kampte van…
Lees verder Keep readingDen Haag Centraal
Soms zijn brutalistische gebouwen zo vanzelfsprekend in het stadsbeeld aanwezig dat je hun aanstootgevende uitwerking niet meer waarneemt. Je leert er gewoon mee leven. Net zoals een met incompetente collega of een lekkende kraan.…
Lees verder Keep reading

















