Corbusierhaus Berlijn. Bio-Industrie voor mensen.

Deze grauwe flat in Berlijn staat niet bovenaan in het lijstje van de Lonely Planet. Toch is het een meesterwerk. Tenminste… als je de waarde van een object laat bepalen door de roem van zijn maker. Het is namelijk een schepping van een van de meeste gelauwerde architecten van de 20e eeuw: Jean Jeanneret. De man die zich Le Corbusier ging noemen. De betonnen flat is een mix van rationalisme en metafysica. Hij stond model voor de lawine van betonnen monsters, gevaarlijke donkere ruimtes en felle kleuren die vanaf 1952 over het internationale stadslandschap werd uitgestort.

Om de oerknal van die ontwikkeling te zien te zien moet je eigenlijk naar Marseille. Daar staat Unité d’habitation no 1. Dat rangnummer impliceert dat er nog meer zijn. Om precies te zijn 4. Maar voor deze hoef je gelukkig niet ver weg, want hij staat in Berlijn.

Wat was die Unité? Het ook wel cité radieuse (stralende stad) genoemde gebouw is niet los te zien van de dubbele rol die Corbu zich had toebedacht: zijn ontwerpen beperkten zich niet alleen tot de rationele omgang met nieuwe, gestandaardiseerde, bouwmaterialen – voornamelijk beton-, maar waren ook nadrukkelijk gericht tot het omvormen en verbeteren van de bewoners. Dressuur van de massamens door architectuur. Een stap die de architect van een dienaar in een alwetende dwingeland veranderde.

Bij het ontwerpen van zijn werktuigen om de massa-maatschappij te faciliteren was vernietiging van het bestaande ten gunste van de uitstorting van een betonnen woonwereld de leidraad. Vanuit die gedachtewereld ontstond de betonnen woonmachine om mensen voor hun eigen bestwil richting Utopia te schoppen. Het megalomane Plan Voisin (1925) voor de verbetering van Parijs is een extreme blauwdruk voor de wijze waarop die visie uitgevoerd zou moeten worden. Industrieel wonen in een soort bio-industrie voor mensen.

Niet gehinderd door fatsoen en zelfkritiek plaatste Corbu zich pedant aan het hoofd van een beweging die al langer gaande was en beslist niet door hemzelf was geïnitieerd. Niet altijd tot vreugde van zijn collega’s, maar uiteindelijk met succes. Bij dat autoritaire plannen van zijn betere wereld was een belangrijke belanghebbende trouwens nadrukkelijk afwezig: de bewoner. Inspraak was nog toekomstmuziek. En koloniaal denken was nog en vogue.

Plan Voisin geprojecteerd op een recente luchtfoto. Het megalomane plan werd nooit uitgevoerd.
Toch blijft het oppassen met dit soort visioenen:
tijdens het presenteren van Zijn Plan schreef een toen nog onbeduidend politicus in een Duitse gevangenis Zijn Strijd.

Klinkt totalitair, en dat was het ook. Corbu was dan ook beslist geen democraat. Hij bood actief zijn diensten aan bij de krachtige dictatoren het interbellum, ongeacht hun politieke kleur. Zonder succes overigens. Hij begroette de verovering van Frankrijk-maar het leverde hem niet de gewenste opdracht van de Füher op. Als troostprijs werd hij stadsplanner onder het Vichy regime.

De dictators ruimden het veld, maar Corbu bleef. En ondanks zijn foute verleden werd hij na de oorlog de onbetwiste held van het nieuwe bouwen. Geholpen door de verwoestingen en de woningnood kon hij In 1952 een gedeelte van zijn denkbeelden realiseren. De eerste unité in verscheen in 1952 in Marseille. Variaties volgden in Nantes en Briey. De Berlijnse versie verscheen in 1957. Gezien de dubieuze ambities van de architect is het wel passend dat die pal naast Hitlers Olympia stadion werd gesitueerd. Beter laat dan nooit…

Bij de bouw moest Corbu echter tandenknarsend concessies doen aan de -democratisch gekozen- gemeenteraad van die stad. Dat leidde onder meer tot het verwijderen van het dakterras (helaas niet het bekende liedje) en aanpassingen van het interieur waarvan de verhoging van de plafondhoogte van 2.26 m naar het wat humanere 2.50 meter de belangrijkste was. Het exterieur werd echter aan de architect overgelaten waardoor het toch een goede indruk geeft van de unité-familie.

Desalniettemin nam Corbu het gebouw nooit in zijn eigen ouvre-catalogus op. Die eindigde met zijn overlijden in 1965 -zonder overigens ooit in een van zijn eigen scheppingen te hebben gewoond. Ik denk wel eens dat nooit zo had willen worden als de mensen die hij wilde vormen.

Hoewel beton zijn favoriete bouwmateriaal was, leek Corbu zelf van teflon te zijn gemaakt. Zijn opportunistische gedrag en rechtse sympathieën zijn namelijk nooit aan hem blijven kleven. Integendeel: juist deze anti-democraat werd als heilige van het nieuwe bouwen kritiekloos verheerlijkt door een hele generatie architecten en bestuurders die zich nadrukkelijk aan de goede kant van de geschiedenis plaatsten. Zo ontstond de vreemde situatie dat zijn werk in een democratische tijdgeest meer succes had dan in de totalitaire wereld die hij zowel omarmde als actief wilde faciliteren.

Le Corbusier, M. Jansen 2026.

Als kritiekloos aanbeden grote leider schiep hij zo tenslotte tóch nog een bescheiden totalitaire staat. Eentje met zichzelf aan het hoofd en architecten en bestuurders als slaafse onderdanen. Met zulke machtsverhoudingen had een antecedentenonderzoek van hun held natuurlijk weinig prioriteit. Wat dat betreft had Corbu wel iets gemeen met onze eigen prins Bernhard. Ze hadden elkaar zeker veel te vertellen gehad…. Het is voor kunsthistorici dan ook bijzonder jammer dat het nooit tot een verbouwing van paleis Soestdijk gekomen is.

Het stralende beeld van de architect had een halfwaardetijd van zo’n 60 jaar. Pas in de 21e eeuw was de oververhitte persoonsverheerlijking zover afgekoeld dat een kritische houding mogelijk werd. Corbu’s beeld vertoont inmiddels barsten. Zijn gebouwen nog niet. Ze staan overal nog stevig overeind. Waaronder deze in Berlijn. Een gedetailleerde bezichtiging in een volgende column.


gerelateerd…

De Katterug in Tilburg.

De binnenstad van Tilburg wordt opgeleukt door een enorm kernwandgebouw dat als een betonnen hooggebergte in de binnenstad is verrezen. Een kernwandgebouw? Wat is dat? Dat…

Lees verder

MAJ's avatar
MAJ

Plaats een reactie