De Arnhemse wijk Alteveer bezit een heel bijzonder bouwwerk: de Moriakapel. Het simpele gebouwtje is op het eerste gezicht niet opmerkelijk, maar het is een unieke getuige van de allervroegste wederopbouw. Het is binnen die categorie zelfs een prachtig eigentijds voorbeeld van onbedoelde spoliatie (het gebruik oudere bouwfragmenten binnen een nieuwe architectonische context). Daarnaast weerspiegelt het door zijn geschiedenis de relatie tussen kerk en samenleving van 1945 tot heden op een heel bijzondere wijze. Reden genoeg dus om er een column aan te wijden.



Voor het begin van dat verhaal moeten we terug naar 1945. Hoewel de oorlog een enorme woningnood had veroorzaakt en er overal een schreeuwend materiaalgebrek was, werden er toch meteen na de bevrijding middelen vrijgemaakt voor de bouw van kerken. Dat had niet alleen religieuze gronden: het houden van kerkdiensten werd als een sociale noodzaak gezien zodat zulke gebouwen onmisbaar werden geacht.
Dat gebeurde ook in de tijdens het laatste oorlogsjaar onvoorstelbaar gehavende Betuwe. In het dorpje Ressen werd een van die eerste noodkerken- in feite niet meer dan een barak- geplaatst. Hij kwam uit Zwitserland en transport werd geregeld door het Zwitserse rode kruis. Zwitserse zakmessen werden niet meegeleverd, want de montage werd verzorgd door de goed uitgeruste Canadese engineers.
Het is verbluffend om te zien hoe snel een en ander geregeld werd: al op 16 sept 1945-dus op 1 dag na precies een jaar na het begin van de slag om Arnhem-werd het kerkje in gebruik genomen!


De oorspronkelijke Noodkerk in Ressen (Bron: Joop Verburg, De noodkerk in Ressen).
Dezelfde kerk enige jaren later als bovenbouw van de Moriakapel tijdens de oplevering in 1950. (Bron: Gelders Archief).
In 1948 was de oorspronkelijke kerk hersteld en werd de noodkerk overbodig. En wat doe je met een overbodige Zwitserse kerk? In een tijd waarin recycling eerder regel dan uitzondering was leverde dat weinig problemen op. In de Arnhemse wijk Alteveer, waarvan de bouw door de oorlog was onderbroken, was er grote behoefte aan een hervormde kerk. De architecten Geels en Vos maakten een ontwerp waarbij de Ressense noodkerk in een nieuwe vorm weer werd hergebruikt.
De houten delen werden op een onderbouw geplaatste die gemetseld was uit een grondstof die in Arnhem ruim voorhanden was: puin. Een spoliatie van schaarste. Samen met een bijgebouwtje en wat gebrandschilderde ramen ontstond er zo een klein complex dat de naam Moriakapel kreeg.

Die naam is wat merkwaardig. Ik dacht dat ik de naam in mijn jeugd verkeerd had begrepen en het eigenlijk Maria-kapel moest wezen. Raar voor een hervormde kerk, maar de wegen van de Heere zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk dus het zou zomaar kunnen… Desondanks kwam ik bij het zoeken naar materiaal voor deze column steevast ergens in Limburg uit. Moria klopt dus wel. Het een berg uit het oude testament die afhankelijk van de uitleg vaak wordt geassocieerd met de huidige Tempelberg.
Alteveer ligt ook op een heuvel, maar daarmee houden de overeenkomsten gelukkig op. Sinds de ingebruikname door de hervormde gemeente In 1950 is het namelijk altijd erg rustig gebleven. Onrustig en avontuurlijk was het wel rond het gebouwtje zelf: de kapel was namelijk gebouwd op een stukje braakliggende grond dat gedurende het gehele actieve bestaan van de kerk onberoerd bleef. Dat ‘Alteveldje’ was was z’on ruige speelplaats waar van alles mogelijk was-en ook gebeurde.

Moriakapel met Alteveldje na de oplevering in 1950. Bron: Gelders Archief.
De Moriakapel was niet voor de eeuwigheid gedacht, maar medio jaren ‘70 werd het duidelijk dat nieuwbouw door het dalende aantal gelovigen in de wijk geen optie meer was. De ontzuiling was in volle gang en holde de grote kerkgemeenschappen in snel tempo uit. In 1985 werd de kapel gesloten en overgedragen aan de pinkstergemeente. Enige jaren later verdween ook de RK-kerk. Toen ook de bibliotheek en rode kruisgebouw hun deuren sloten waren enkele dominante pijlers van de naoorlogse ordening uit de wijk verdwenen. Sociale cohesie werd voortaan een zaak van privé-initiatief en anonieme zorgaanbieders.
Ook het Alteveldje verdween en werd bebouwd met een bejaardencentrum. Pal naast een leegstaand kerkgebouw dat zijn ontstaan als noodkerk juist dankte aan de sociale functie die destijds aan kerken werd toegedacht! Die contrasterende gebouwen markeren de grenzen van het hele tijdvak tussen de opbouw van de naoorlogse verzorgingsstaat en zijn verbrokkeling tot een participatiesamenleving. Niet zomaar een stuk geschiedenis, maar in feite een verhaal over schaarste: materiële schaarste aan het begin, schaarste aan immateriële waarden aan het slot. Allemaal tastbaar gesedimenteerd op dit bouwblok. Best een toepasselijke plek voor dit voormalige kerkgebouw.


De kapel op braakland(1950) ,en (2024) ingebouwd door de bejaardenwoningen.
Na het vertrek van de Pinkstergemeente eindigde de kerkelijke bestemming voorgoed. Het gebouwtje bleef echter bestaan. En dat is best bijzonder, want het kerkje wijkt sterk af van het overgrote deel van de meeste na-oorlogse kerken. Het bezit geen schokkende vormen, er is geen gebruik gemaakt van bijzondere bouwmaterialen en het is nergens geforceerd of aanstootgevend. Het is daarom een leuk gedachtespel om je voor te stellen hoe deze wijk eruit had gezien als er wél een nieuwe kerk gebouwd zou zijn. Dat blijft blijft natuurlijk giswerk, maar ik betwijfel of hij de zeggingskracht had gehad die dit gebouwtje door zijn ontstaansgeschiedenis had meegekregen.

De Moriakapel is spontaan geboren uit nood en gebouwd uit de materialen die daaruit voortkwamen. De kerk straalt eenvoud af zonder dat daar een gedachte achter zat. Zijn simpele vormen en materialen zijn een natuurlijke afspiegeling van een tijd waarin eenvoud niet als boodschap, maar als vanzelfsprekende noodzaak werd gepresenteerd. Die natuurlijke harmonie tussen materiaal, vorm en inhoud maakt deze kerk niet alleen tot een tastbaar document van de naoorlogse jaren, maar wat mij betreft ook tot een van de mooiste voorbeelden van naoorlogse kerkenbouw in Nederland.
De Moriakapel heeft in een korte tijd veel veranderingen heeft ondergaan. Eigenlijk is het een eigentijds voorbeeld van spoliatie (het gebruik oudere bouwfragmenten binnen een nieuwe architectonische context). Het gebruik van z’ on spolie (een ontvreemd bouwelement) verleent veel gebouwen, zoals de Boog van Constantijn, de Valkhofkapel in Nijmegen of de Dom van Maagdenburg, hun eerbiedwaardigheid en (kunsthistorische) betekenis. Tegelijkertijd getuigt zo’n werkwijze natuurlijk ook een beetje van het gebrek aan materialen- of ideeën.
Het is bijzonder dat dit fenomeen zich ook vertoont in de directe naoorlogse periode. De kapel heeft heeft dan ook meerdere scheppers: naast het ontwerpbureau van Zwitserse Rode Kruis waren dat allereerst de architecten H. Geel en W. Vos die met behulp van puin de voormalige noodkerk zijn huidige gedaante gaven. De kunstenaars Pim van der Horst en Andries Beeftink (1908-1985) vervaardigden glas in loodramen die de vier evangelisten voorstellen. Bij een verbouwing aan het eind van van de 20e eeuw werd de dakruiter met klokken verwijderd, evenals de ornamentiek op de noordzijde. De bijgebouwen werden deels verwijderd, deels gemoderniseerd en er werd een soort kopie van de kapel aan toegevoegd.
Zo’ n geschiedenis vraagt om documentatie. Informatie is gelukkig wel aanwezig maar schaars. Namen, verhalen,aanvullingen maar vooral ervaringen en andere wetenswaardigheden worden, mede door mijn persoonlijke herinneringen aan dit gebouw zeer op prijs gesteld! Gelukkig staat de kapel op de gemeentelijke monumentenlijst. Haast is er dus niet.
Die Klorolle. De betonnen WC-rol-kerk van Hamburg.
Nergens is de Blijde Boodschap zo innig met de Grote Boodschap verbonden als in Hamburg. Daar staat in het stadsdeel Wilhemsburg de Maximilian Kolbe Kirche. De kerk werd gebouwd in 1974, maar kampte van meet af aan al met een slechte reputatie. Dat was bij meer experimentele betonnen kerken het geval, maar hier was het…
Lees verderDe Groene bedstee in Mariëndaal
In het Arnhemse landgoed Mariëndaal staat een bizar bouwwerk uit de 19e eeuw. De groene Bedstee. Het bestaat niet uit brutalistisch beton, maar uit bruut geknevelde bomen. De enorme constructie is een monument van preutsheid en werd gebouwd in de 19e eeuw toen het begrip ‘natuur’ nog een wat andere betekenis had. Herwilderen en re-natureren…
Lees verder