Wenen lijkt op een openluchtmuseum. Je vraagt je steeds af waar nu eigenlijk de uitgang is. Tot 1918 was het de hoofdstad de hoofdstad van een enorm keizerrijk. Na 1918 was het een enorme stad in een machteloos mini- staatje.
Het lijkt alsof dat feit tot op heden hardnekkig ontkend wordt. Na de verwoestingen van WO II werd alles weer zó precies nagebouwd dat de een volgende Habsburger het verschil niet eens zou merken. En als je er rondloopt lijkt het net alsof die al weer terug is. Toch kun je in dat door nostalgie en kitsch beheerste stadslandschap een fascinerende bouwlaag te ontdekken die getuigt van een pragmatische en revolutionaire visie op stedenbouw: Rotes Wien.


Na de nederlaag in WO I kregen de sociaal democraten het voor het zeggen. Een van de speerpunten van hun beleid werd de sociale woningbouw. De arbeider moest verzekerd zijn van een goede woningen. De stad spande zich in om een vaste minimum huurprijs per meter te garanderen. Daarvoor moest gebouwd worden. Heel veel gebouwd worden zelfs.
Door het heffen van een vermogensbelasting werden het kapitaal van de burgerij deels aangewend voor de verheffing van de arbeidersklasse. Bij de bouw van die Gemeindewohnungen werd echter de megalomane maatvoering van de burgelijke stad tot voorbeeld genomen.

De icoon van dat streven werd de Karl Marx Hof (KMH). Het complex past wat betreft zijn dimensies prima bij de Ringstrasse, maar werd gebouwd voor arbeiders en provocatief rood geschilderd. Het heroïsche project kreeg een plaats in de buitenwijk Heiligenstadt (waar Beethoven zijn 3e symfonie schreef) en werd, naar burgerlijk voorbeeld, voorzien van kunst. Die bestaat uit een klein aantal beelden die de socialistische waarden verbeelden.
De KMH is net als zijn tegenhangers op de Ringstrasse pure machtsarchitectuur: groots en imponerend. Niet allen in uitstraling, maar ook in reële proporties: met zijn 1100 meter lengte was de KMH was een van de grootste wooncomplexen ter wereld.


Zicht langs een van de zijvleugels(links) en de middenpartij
De paleisachtige dimensies weerspiegelden het denken over de bewoner. Enkelvoud inderdaad. De arbeidersklasse werd namelijk niet gezien als een verzameling individuen, maar als een homogene massa. Een lichaam dat na een rampzalig bestaan in door burgerlijke huisjesmelkers uitgebate krotten een waardig onderkomen moest krijgen.





De leden van dat lichaam, die er tegen een schappelijke huur konden wonen, betaalden daarvoor met het inleveren van een stukje individualiteit. In de KMH werd verwacht dat je je onderwierp aan de collectieve voorzieningen en activiteiten. Het waren er een heleboel: sanitair, buitenruimtes, kinderdagverblijven en winkels. Kortom: een gedeelde versie van alles wat door een rijke burger als bezit gekocht kon worden. Hoogtepunt was de collectieve wasserette. Die was weliswaar heel modern, maar alleen toegankelijk voor vrouwen die binnen strenge tijdsvensters hun plicht moesten verrichten. Niet alleen een burgerlijk aftreksel in materialistische zin, maar ook in moreel opzicht: die vrouwenzaken moesten onzichtbaar blijven voor de hardwerkende man die nu eenmaal niet voor dit soort taken geschapen was.
Geen hippe sharing economy van individualistische en inclusieve jongeren dus, maar een licht dwingende paternalistische woonvorm om de constituerende krachten van dit ‘lichaam’ zo goed mogelijk te beheersen en te ontplooien.

In de jaren ’30 werd pijnlijk duidelijk dat zo’n collectieve visie ook nadelen had. Een homogeen lichaam kon namelijk makkelijk van richting veranderen door een hersenaandoening. In dit geval namen de fascisten het brein over waardoor er een vijandelijk lichaam ontstond. Dat leidde tot de kort durende de Oostenrijkse burgeroorlog (1934) die het einde van de Eerste Republiek- en Rotes Wien- bezegelde. Daarbij vonden ook in de KMH gevechten plaats tussen socialisten en de Austro-fascisten. De KMH kreeg na de overwinning in 1935 de wat sukkelige naam van zijn veroveraar: Biedermann. Die Biederman-Hof werd snel daarna omgedoopt tot Heiligenstadter Hof. Het droeg die naam tot de Russische inname van Wenen in 1945.
Biedermann verdween overigens niet alleen van het naamplaatje, maar ook van de wereld, want ondanks zijn rechtste verleden overleefde hij de oorlog niet. Hij maakte een radicale ommekeer en werd een van de weinige Oostenrijkse verzetsstrijders.

Na nieuwe verwoestingen in de oorlog (door de Sovjets nota bene) werd de schade weer zorgvuldig hersteld. Alsof er niets gebeurd was. Net zoals in de rest van de stad. Het wordt nu jaarlijks bezocht door horden individuele toeristen die zich, gewapend met rolkoffertjes, een paar dagen in een Air B&B ophouden.



Zo is ook de KMH inmiddels een zorgvuldig gerestaureerd onderdeel van het grote openluchtmuseum Wenen. Want ook Karl Marx is inmiddels al net zo’n machteloze en onbegrepen cultfiguur als Sissi en de keizer. En soms is dat best jammer.
De Karl Marx Hof werd tussen 1927 gebouwd naar een ontwerp van de architect Karl Ehn. Het is met een lengte van zo’n 1050 meter een van de langste samenhangende woongebouwen ter wereld. De ikonische middenpartij (die op deze foto’s is afgebeeld) wordt geflankeerd door twee vleugels die elk een grote binnenhof omvatten. Het aantal wooneenheden is na een renovatie eind vorige eeuw-waarbij woningen werden vergroot en van eigen sanitair werden voorzien- wat afgenomen.
Adres: De KMH ligt in district Döbling, Wenen. Uitstappen bij U- Bahn station Heiligenstadt.(waar prima broodjes te krijgen zijn). Niet te missen.

Na de oorlog verdween de radicaliteit van het Austro-socialisme. Wat bleef was de sociale woningbouwpolitiek. Want Naast de KMH werden door de jaren heen talloze complexen van Gemeindewohnungen gebouwd. Zo ontstond een duidelijk aanwezige bouwlaag die door de hele stad zichtbaar is. Deze politiek wordt tot op heden vrijwel ongewijzigd voortgezet waardoor Wenen zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht waarschijnlijk de beste sociale woningvoorraad ter wereld heeft. De door de marktwerking veroorzaakte problemen in veel andere steden tref je hier dan ook niet aan. Deze bouwlaag vormt een staalkaart van het denken over sociale woningbouw in de 20e eeuw. Ze geeft Wenen een monument dat in omvang en avontuurlijkheid de hele historische binnenstad misschien wel overtreft. Je kunt er eindeloos ongestoord dwalen en je verbazen over de veelvormigheid en levensvatbaarheid van dit unieke project. En het is er lekker stil: dit prachtige stukje stadslandschap wordt zelden bezocht. Wie dat wil gaan doen verwijs ik naar het desbetreffende artikel. Als teaser alvast een set foto’s onderaan deze pagina.
Gerelateerd:
Jeruzalem in Amersfoort
Het is niet erg bekend, maar Jeruzalem ligt in Nederland. Eigenlijk liggen er zelfs een hoop Jeruzalems in Nederland. Ze zijn te herkennen aan armoedige betonnen woningen en de opwindende steunkleur grijs. Om de topografische verwarring nog wat groter te maken ligt een van die Jeruzalems ook nog pal naast Jericho. Ze delen zelfs een…
Lees verderHet Zonnehuis: een collectief brein voor de arbeidersklasse.
Hoewel de arbeidersklasse in het begin van de 20e eeuw flinke materiële vooruitgang had geboekt bleef er op het geestelijk vlak nog wel wat te wensen over. Het uitputtende werk in de fabrieken was afstompend en had nog weinig met life long learning te maken. Om ervoor te zorgen dat de arbeider zich niet helemaal…
Lees verderBetonbrutalisme XXL. Wonen op een snelwegtunnel.
De aloude wens om een ideale samenleving af te dwingen vertaalde zich vanaf de jaren ’60 in het bouwen van rationalistische woonmachines om weerloze mensen het paradijs in te duwen. In Berlijn verslikte zo’n bedillerige betonnen opvoeder zich in de realiteit. Het is het Die Schlange, een betonbrutalistisch monster dat boven een Autobahn werd gebouwd.…
Lees verder



Een reactie op “De Karl Marx Hof in Wenen. De icoon van Rotes Wien.”