De Zonnehof in Amersfoort is een duistere plek. Hij wordt gedomineerd door een groot betonnen karkas dat de indruk wekt als gestript skelet op een slopersbal te wachten. Dat is echter niet het geval. Sterker nog: het gebouw is nog precies in de vorm zoals het werd bedacht, goedgekeurd en opgeleverd. Het wordt niet gesloopt, maar beschermd en omgetoverd tot een appartementencomplex.
Dat is even schrikken, want het gebouw maakt nou niet direct een knusse indruk. Het uiterlijk is zo zeldzaam bot en liefdeloos dat je haast medelijden krijgt met het bouwmateriaal. Maar juist dat door de architect zo pervers gemartelde beton is een van de redenen waarom deze ongastvrije steenklomp het tot gemeentelijk monument heeft weten te schoppen.



Het ruwe beton, zo bekend van bunkers, werd na de oorlog verheven tot stijlmiddel. Het beton brut werd als eerste gebruikt door Le Corbusier waardoor het al snel salonfähig werd. De Franse benaming werd dominant en groeide door de massale toepassing in enorme gebouwencomplexen uit tot een heuse architectuurstroming: betonbrutalisme.
Dat brute karakter is hier overdadig aanwezig. De afdruk van het ruwe hout van de betonbekisting is nog zo scherp zichtbaar dat je onwillekeurig bang wordt een splinter in je huid te krijgen. Dat zal natuurlijk nooit gebeuren, maar een tijdje terug was je hier op het goede adres om er iets aan te laten doen.
De Amersfoortse wannabee-bunker bood namelijk plaats aan de gemeentelijke gezondheidsdienst, beter bekend als de GGD. De rij eenvormige ramen belichaamt dat stukje verzorgingsstaat van de jaren ’70 in optima forma. Hij nog steeds plaats te bieden aan medici die in naar tabak en ontsmettingsmiddel ruikende kamers griezelige handelingen uitvoeren om het volkslichaam op wetenschappelijk verantwoorde wijze te verbeteren. Lange rijen angstige jongens en meisjes in ondergoed wier gezondheid zorgvuldig werd bemonsterd en geregistreerd ten behoeve van de statistiek. Met zachte dwang, dikke naalden en lange rijen ordners.



De knusse zithoek
De pandemie toonde dat deze vorm van zorgzaamheid tegenwoordig op afkeer stuit, ook al waren veel anti-vaxers zonder deze vorm van staatsingrijpen waarschijnlijk niet eens geboren. De architectuur schijnt deze situatie voorzien te hebben. Ik ben er van overtuigd dat de GGD-Bunker, mits bemand door goed uitgeruste medici, moeiteloos een maandenlang beleg van boze anti-vaxers had kunnen doorstaan.
Van de Zonnehof kunnen we nog lekker lang genieten. Maar niet meer voor een prikkie, want het wordt omgetoverd tot een appartementencomplex waar nieuwe bewoners voor een fiks bedrag een ideaal leven tegemoet kunnen gaan.
Hopelijk… Want het is op zo’n doorleefde locatie natuurlijk niet uitgesloten dat ze ’s nachts worden geplaagd door ronddolende geesten van angstige jongens en meisjes die indringend met hun vaccinatieboekje zwaaien.
De architect Bart Linssen (1915-1971) werd stadsarchitect in Amersfoort en ontwierp daar naast de Zonnehof nog enkele andere gebouwen die deels alweer gesloopt zijn. Naast al dat brutalistische betongeweld is de Zonnehof ook schatplichtig aan een andere architectuurstroming: de Bossche School. De naam was verbonden de 3-jarige cursus Kerkelijke Architectuur die tussen 1949 en 1973 van destijds in Den Bosch werd gegeven. In de uitvoering stond maatvoering rond het geheimzinnige plastische getal centraal. Dat resulteerde in een verzameling bouwwerken die allemaal een en ietwat intimiderende uitstraling delen, maar wat betreft materiaalgebruik en echte stijlelementen vaak individueel zijn. De gevolgen zijn vooral zichtbaar in allerlei kerkelijke gebouwen die je elk het gevoel geven vanuit donkere openingen beloerd te worden en de (blijde?)boodschap meegeven dat het leven geen pretje is. Het zal hier wat uitgebreider vast nog wel eens ter sprake komen, want ik vind die invloeden hier in de Zonnehof niet heel dominant. Het intimiderende sfeertje trouwens wel.









