Maria Christinawijk in Heerlen: de Hermann-Göring Kolonie.

In Heerlen werd in de oorlogsjaren een wijk gebouwd om immigranten op te nemen. Het waren beambten en hoger personeel die de Duitse bezetter naar de stad wenste te halen om het bestuur van de kolenmijnen over te nemen.  De nieuwkomers hoefden niet als noeste kolonisten de locals met geweld te onderwerpen (de VOC mentaliteit zeg maar), want dat had de Wehrmacht al een jaartje eerder gedaan. Maar hoewel de nazi’s al heel wat ervaring hadden met het deporteren van bevolkingsgroepen, werd onder het motto eigen volk eerst nu voor de verandering eens wat voorzichtiger te werk gaan.

Omdat Heerlen toen ook nog niet als gedroomde vestigingsplaats gold, moest er iets verzonnen worden om de expats naar Limburg te krijgen. Immigrantenwijken bestonden nog niet, dus werden twee Duitse architecten, Gonser en Oechler,  aangetrokken om een wijkje te bouwen waar de kenniswerkers het naar hun zin zouden hebben. In 1941 startte de bouw van een een mijnkolonie die Mijn en Dein prima met elkaar verbond. Hij werd bekend als de Hermann-Göring Kolonie.

Het wijkje werd gebouwd volgens Nationaal Socialistische (NS) woonidealen, vastgelegd in het Führererlass van 1940. Dat betekende bouwen met een doel: de huizen moesten plaats bieden aan het mannetje, het vrouwtje en een zo talrijk mogelijk schaar nakomelingen. Wat dat dat laatste betreft toendertijd geen vreemde wens in het katholieke Limburg. In dit geval werd de voortplantingsdrang echter niet gestimuleerd door meneer pastoor, maar door de Führer zelf, die de vrouw een belangrijke rol toebedeelde als producent van zoveel mogelijk raszuivere Germaantjes. Die fascistische poging om het glazen plafond te doorbreken kreeg zelfs een bouwkundige uitwerking. De huizen waren ruim uitgevoerd met grote slaapkamers en hadden op de begane grond zelfs een extra kamer die bedoeld was als kraamkamer.

Omdat de Füher natuurlijk niet zelf ter plaatse kon zijn om een oogje in het zeil te houden, waren er een partijgebouw en exercitievelden gepland om het moreel- en de noodzakelijke lichaamsdelen natuurlijk- niet te laten verslappen. Die bebouwing werd echter nooit gerealiseerd en het tot op heden onbebouwde grasveldje op de Vrijheerenberg ligt er nog steeds wat verweesd bij.

Hoewel het wijkje dus gewoon een Nazi-stadje was met het doel de kolonisatoren zich flink te laten voortplanten, werd er toch aandacht besteed aan verbroedering. Dat lijkt op het eerste gezicht wat vreemd, maar volgens de NS-ideologie waren de volksaarden van Duitsers en Nederlanders waren, verwant. Om hun Duitse en Dietsche (de term waarmee Nazi’s en NSB Nederland volkskundig typeerden) tradities te verbinden werd er gebruik gemaakt van typische Dietse stijlelementen om de Duitse inhoud mee op te sieren. Daarbij werd er vreemd genoeg gekozen voor de Amsterdamse klokgevel. Symbool van de 17e en 18e eeuwse kooplui-regenten, die nou niet echt veel met het gemene volk ophadden. Bovendien waren ze streng  calvinistisch en zogen de generaliteitslanden (de naam waaronder de Zuidelijke provincies in de 17e eeuw bekend waren) uit waar het maar kon. Een vorm van aanstootgevend multiculturalisme dat de Limburgers destijds waarschijnlijk het gevoel heeft gegeven dubbel gekoloniseerd te worden.

Het valt te betwijfelen of de architecten hun handboekjes wel goed hebben bestudeerd. Het aanstootgevende klokgevelduo heeft namelijk weinig met hun voorbeelden uit Amsterdam te maken. Het maakt een wat lodderige indruk en wekt de verdenking verdoofd te zijn door allerlei psychedelica. Het duffe tweetal kreeg gezelschap van allerlei andere historiserende vormen die door het grensoverschrijdende architectenduo ook als typisch Nederlands werden ervaren. Zo ontstond een representatieve wand die aan een kermis-achtige Holland Village doet denken. Dat geheel werd voorzien van een bordes uit mergel met hardstenen quasi-barokke pilaren en een ijzeren reling.  Midden in deze dubieuze façade opent zich een zichtas die heuvelafwaarts de wijk doorsnijdt. Met het dalen van de hoogte zakt ook het niveau van de bebouwing. De middenas wordt geflankeerd door de ruime huizen voor de Duitse kenniswerkers die uitblinken door eenvormigheid en saaiheid.

De saaiheid wordt doorbroken op een knus pleintje aan het einde van die straat. Daar bevindt zich eenander hoogtepunt van de multiculturele vindingrijkheid van het architectenduo. Een klein poortgebouwtje met trapgevels moet ons ons waarschijnlijk terugvoeren naar de geïdealiseerde middeleeuwse samenleving. Kultur boven Zivilisation.  Toch nog een verwijzing naar het denken over Volk, Blut und Boden! Ga je het lokkende poortje door, dan kom je echter niet in een volkstümlich Walhalla, maar sta je direct op een rommelig plaatsje dat abrupt overgaat in het uitnodigende gat van de zilverzandgroeve. Beter had de gapende leegte van nazi-ideologie niet verbeeld kunnen worden.

Ook de begrenzing van de andere zijde van het modelwijkje is weinig verheffend. Elk bouwblok wordt aan de achterzijde afgesloten door een massief, somber poortgebouw met vensters als schietgaten dat de indruk wekt dat er geen wijkje, maar een strafkamp achter schuilgaat. Ze geven het geheel het afwerende karakter van een gated community die net zo goed voor medewerkers van Shell of angstige republikeinse Amerikaanse bejaarden bestemd had kunnen zijn.

Leuk detail is dat een deel van het voor de wijk gebruikte hout afkomstig was uit voor de bouw van de Atlantikwall gesloopte woningen in Scheveningen. Een vorm van recycling die het verbroederen beslist een flinke impuls zal hebben gegeven! Ondanks het graaien in de Nederlandse grondstoffenvoorraad, de bereidwillige hulp van Nederlandse bunkerbouwers en de nodige dwangarbeiders kwam het wijkje nooit af. Toen de Duitsers in 1944 door een nieuwe immigratiegolf, ditmaal bestaande uit Canadezen en Amerikanen, op hun beurt uit Limburg werden gekegeld was alleen het zuidelijk deel gedeeltelijk gereed en moest na de oorlog worden afgebouwd.

Het wijkje was inmiddels bekend als de Hermann Göring kolonie en werd nooit echt populair, ook niet toen het werd omgedoopt in Maria-Christina Kolonie. Hoewel het in 2008 in als beschermd stadsgezicht werd aangewezen bleef de sfeer er somber. De eenvormigheid wordt effectief en dapper doorbroken door dubieuze eigen creaties die de naargeestige huizen een rommelig en armoedig karakter geven.

Omdat zowel partijgebouwen als gedroomde expats dus nooit arriveerden bleven echte bruine activiteiten het wijkje bespaard. Ze beperkten zich tot op heden tot de productie van stiekeme hondendrollen op het grote grasveld van de Vrijheerenberg. Wie niet bang is om uit te glijden heeft daar een prachtig uitzicht een op blik op de façade van de treurige modelwijk. Mooi is het allemaal niet maar wel uniek, want andere Siedlungskolonien werden in Nederland nooit gebouwd. Zo heeft die grensoverschrijdende bouwwoede een uniek aanstootgevend wijkje opgeleverd dat een must-see is voor alle bezoekers van Heerlen.

Toch blijft het ironisch dat die eerste officiële Nederlandse immigrantenwijk gepland en gebouwd werd door figuren die wat hun ideeën betreft tamelijk dicht aanleunden tegen politieke partijtjes die zulke wijken nu juist als probleem ervaren. Misschien een idee om ook eens zo’n genereus bouwproject te starten voor al die mensen die noodgedwongen naar ons toe komen omdat ze door hun regering worden verdreven in plaats van gestuurd?


Click voor Google Earth

De Maria-Chrsitina wijk werd ontworpen door de Duitse archtiectenK. Gonser en H.G. Oechler. De bouw begon in 1941, werd vertraagd door de bouwstop in 1942 (die maar ten dele voor dit project gold),en werd pas na de oorlog voltooid. Het wijkje is een oor Nederland uniek voorbeeld van het bouwen van de Stuttgarter Schule (niet te verwarren met de Stuttgarter Waldorf-Schule). Van het oorspronkelijke plan, dat voorzag in twee woonwijken met in het midden een partijgebouw en exercitievelden, werd allen het zuidelijke deel gerealiseerd. Voor de huizen werd de zeldzame vechtsteen (klei uit de oevers van de Vecht) gebruikt die het zijn sombere aanzien geeft. De huizen waren uitgevoerd met ruime slaapkamers, hoge plafonds kleine ramen en diepe kelders op stahoogte. De luchtoorlog was voorbereid: ze waren uitgerust met stalen deuren met rubber afdichtingen die ook berekend waren op gasaanvallen en bezaten dunne muren naar de belendende panden die in geval van instorting konden worden doorbroken. De kolonie van 240 gerealiseerde woningen werd in1947 omgedoopt to Maria Christina wijk. Nadat het medio jaren ’70 door de EGKS (Europese gemeenschap voor Kolen en Staal ) was aangewezen tot experimenteel ontwikkelingsproject volgde er een renovatie. In 2008 werd het aangewezen tot beschermd stadsgezicht.
Adres: Vrijheerenberg, kruising Heerenweg. De Vrijheerenberg geeft direct uitzicht op de façade van de wijk. De rest wijst zich vanzelf

Gerelateerd:

Emmaus-school – Arnhem Cranevelt.

De Emmaus-school is een gewone lagere school. Als er tenminste zoiets als een normale lagere school bestaat. Want we bezoeken er allemaal eentje en dat laat voor altijd een sterke vormende individuele indruk achter. Voor mij is de Emmausschool dus heel bijzonder. Zó bijzonder dat hij best wel eens beschreven mag worden. De school werd…

Lees verder

Arabella Haus München, Moroder, Queen en Richard Strauss.

München bezit een heel bijzonder gebouw. Het Arabella Haus. Het is te groot om fatsoenlijk op de foto te passen. Dat is ook meteen het meest uitzonderlijke kenmerk, want het is in feite niet meer dan een eentonige betonnen doos. Toch bezit de potentie een cultuurhistorische attractie van formaat te worden. Het Arabella Haus was…

Lees verder

MAJ's avatar
MAJ

3 reacties op ‘Maria Christinawijk in Heerlen: de Hermann-Göring Kolonie.

  1. Wat schrijf je negatief over dit wijkje ? Ik vind het er heel prettig uit zien en de hoeveelheid openbare ruimte en zichtlijnen, daar kan de hedendaagse huizenkoper alleen maar van dromen …

    Like

    1. Klopt, als wijk is het prima gelukt-ik vind zelf die paar neo-historische gevels best leuk. De natuurstenen balustrade geeft het een vreemde monumentaliteit die je in een doorsnee woonkolonie niet zo vaak tegen komt. Uniek is het ook. Het is een zeldzaam bouw-product van de bezetter en dat was natuurlijk het raamwerk om de beschrijving aan op te hangen. Toen ik het bezocht viel me echter op dat de sfeer wat naargeestig was. Gesloten, groezelig en rommelig. Die gecombineerde ervaringen leidden tot het beeld in deze column. Maar ja, dat zijn natuurlijk mijn ervaringen. Die zijn natuurlijk niet maatgevend, maar bepalen wel een beetje het karakter vanuit blog. Het leuke is dat ieder z’n eigen verhaal bij zoiets kan verzinnen, dat is een van die dingen die (bouw)kunst zo boeiend maakt. Dank voor je reactie dus. Heb je het ooit bezocht? Een echte aanrader als je eens de buurt bent.

      Like

Plaats een reactie