Wie in de vorige eeuw een school bezocht zal ongetwijfeld herinneringen hebben aan de gele zeepbol. De zeepbolhouder-of zeepstang was jarenlang een vaste bewoner van opbaar sanitair, maar maakte het in de praktijk vooral lastig om je handen te wassen. Goor, disfunctioneel en meestal zonder zeep. Te vies om aan te pakken. En je kon je er ook nog venijnig aan stoten. Toch was het een revolutionaire vinding.
De zeepstang begon zijn bestaan bij de Franse firma Provendi die in de jaren ’50 het geniale idee van een zeepbol op een stalen stang verwezenlijkte. De gele bol, voluit genaamd le porte savon mural et rotatif (-mural of –ecolier) werd een enorm succes, mede door het feit dat de Franse overheid er alle openbare onderwijsinstelingen mee uitrustte. Dat succes bleef niet beperkt tot Frankrijk, en binnen de kortste keren was heel naar hygiëne hunkerend Europa volgetimmerd met zeepstangen. Het leuke van de zeepbol was natuurlijk het Gilette-effect: je koopt een stukje hardware, maar bent tot in lengte van dagen veroordeeld tot het afnemen van passende software- in dit geval de gele bollen van Provendi. Niet alleen een hygienische Franse Revolutie dus, maar ook een commerciële. Manus manum lavat

Die zeep-sensatie was zonder meer genial, maar in de praktijk was het wat teleurstellend. Het daarom goed even stil te staan bij de levensloop van een gemiddelde zeepbol.
De stang begon zijn bestaan als een welgevormde frisse bol die enigszins aan een fraaie boezem deed denken. Dat was vast geen toeval en het zal op middelbare scholen zeker heel wat hebben losgemaakt. Zeker omdat hij na veelvuldig betasten een langwerpige vorm aanneemt. In combinatie met de slijmerge context zal hij daar een hoop constructieve gedachten hebben losgemaakt die destijds niet in het lesprogramma waren opgenomen.

Die erotische inspiratie moet natuurlijk niet worden overdreven. Want werd er alleen maar langdurig en ongeïnspireerd overheen gegleden dan kreeg hij ook al snel een uitgeloogd uiterlijk. Smal, onaantrekkelijk en vol met allerlei spleten. Die slappe gele banaan wekte daardoor al snel lichte walging op en maakte de indruk meer vuil te verspreiden dan te verwijderen. Waarschijnlijk was dat ook zo, want een zeep-zoekende hand is zelden schoon. Zeker op toiletten in drukbezochte ruimtes zal een doorleefde zeepbol spannende inzichten gegeven hebben in de leefgewoonten van de bezoekers.
Daarnaast was de bol ook gewoon onderworpen aan de wetten van de natuur. Eenmaal in gebruik genomen spleet hij al snel door uitdroging waardoor er vaak meerdere losse stukjes smoezelige zeep aan een stalen staaf gingen hangen. Die aanblik deed sterk denken aan aangevreten donuts of vochtige worstenbroodjes. Die sensatie was meestal zo onsmakelijk dat het een goede reden gaf om je handen dan maar helemaal niet te wassen.
En daar kwam de aap uit de mouw. Want wie bepaalde of de zeep op was? Hij was namelijk helemaal niet op, maar gewoon onbruikbaar! Leuk voor Provendi, maar natuurlijk behoorlijk irritant als er bespaard moest worden. Die zeeprestjes werden door zuinige conciërges natuurlijk gewoon onder de stang naast de wastafel gelegd tot ze om wat voor reden dan ook verdwenen. Terug bij af. En zo werden de grote idealen van de Franse Zeeprevolutie al snel gesmoord door de reactionaire krachten, met machtige conciërges en toiletjuffrouwen als evenzovele Napoleons
Die decennialange duistere periode uit de openbare toiletgeschiedenis werd beëindigd door een snel veranderende zeepwereld. Plastic flesjes met vloeibare zeep met altijd klemmende pompjes waren makkelijker te vervangen en leverden bovendien door hun extreem hoge verbruik ook nog meer winst op. Tegen al die mobiele soorten konden de stationaire zeepbollen natuurlijk niet op, zodat ze uit hun biotoop werden verdreven of als stalen skeletten hun bestaan beëindigden.

Desondanks wordt het stukje hygiëne-geschiedenis nog steeds geproduceerd door Provendi en is inmiddels behoorlijk duur. Getooid met verschillende dure luxe-zepen in allerlei kleuren is het een stijgend cultuurgoed geworden en heeft een nostalgische luxe- status verworven. De bollen hebben een nieuw leefgebied veroverd en parasiteren vruchtbaar op luxe badkamers, WC’s, exclusieve steensoorten en snobisme.
Wie nog ergens een openbare zeepstang tegenkomt heeft dus écht iets bijzonders ontdekt. Ook hier geldt: ervaringen en foto’s van deze bijna verdreven soort in de openbare ruimte blijven van harte welkom. Op internet zijn ze eigenlijk niet te vinden, dus het is zeker een expeditie waard. Foto’s van zeepstangen zijn dus bijzonder en krijgen absoluut een ereplaats op deze slecht bezochte website!
Zeepbol. Ook: Zeepstang, Zeepbolhouder. Kleur: geel. Oorspronkelijke leefomgeving: Scholen, openbare gebouwen, sportcomplexen, tankstations en snelwegrestaurants. Vochtminnend. Houdt van tegelwanden, conciërges, toiletjuffrouwen, junkies en lagere bestuursorganen. In het wild vrijwel uitgestorven. Heeft zich in gevangenschap en als ondersoort– met afgesneden achterkant- inmiddels succesvol aangepast aan een kapitaalkrachtige omgeving en dure steensoorten.
Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Savon_rotatif_01.jpg
Gerelateerd…
Het DIXI toilet
Het is vandaag internationale toiletdag. Dat wordt waarschijnlijk niet uitbundig gevierd, maar het is een goede gelegenheid om een onmisbaar en alom tegenwoordig bouwsel eens in het zonnetje te zetten: het mobiele DIXI toilet. De bekende plastic kakdoos is…
Lees verderHet Franse hurktoilet. Grand site de France
Wie de Franse grens passeerde en een toiletbezoek moest afleggen werd tot voor kort op een onaangename verrassing getrakteerd. De vertrouwde Nederlandse toiletpot was nergens te bekennen en je werd geconfronteerd met een keramische bak met een gat in…
Lees verderStationsplein Haarlem: Beyneshal en Berensteyn.
Het station van Haarlem is misschien wel het mooiste van de dit land. Daar merk je weinig van als je het gebouw uitloopt, want het stationsplein behoort zonder meer tot de lelijkste in zijn soort. Dat stationsplein was nooit…
Lees verder
Geweldig artikel over de onvolprezen zeepbol.
Op m’n kleuterschool hing in heel rijtje in de (toen nog niet gender-neutrale) wc’s en ik vond die dingen toen al ongekend smerig. In de barsten van de bol verzamelde zich doorgaans zand uit de zandbak en andere, ondefinieerbare viezigheid. Lekker ruiken deed het al evenmin- ’t deed nog het meeste denken aan citroenen die door DSM waren gekweekt.
Eveneens m’n complimenten over het stukje over de suikerstrooier. Intens vies. Vermijden dus, die dingen. Je hebt gelijk..aan het uiteinde van het schuin afgesneden tuitje zat steevast een granietharde suikerkorst, ontstaan door ongelukjes zoals het ding, na heftig schudden, onbedoeld in je kopje Moccona te laten zakken. Hoewel ik evenmin uitsluit dat een of ander kind op een onbewaakt moment het ding in z’n vreet gestoken heeft.
Met de kennis van nu: onbeschrijflijk goor, beide uitvindingen. Met de kennis van toen: ook, eigenlijk
>
LikeLike