De Home Computer

Begin jaren ’80 werd het mogelijk een computer te kopen voor thuisgebruik. Je had er een flinke portemonnee voor nodig maar vooral veel plaats. Zo’n gevaarte bestond uit een toetsenbord, een flinke kast, erg veel snoeren en natuurlijk een monitor. En wat had je dan? Een computer. Heel modern. Maar zo modern dat het eigenlijk onduidelijk was wat je ermee kon doen.  Zelden verscheen de toekomst zich op zo’n zinloze en onbegrijpelijke wijze in het huiselijk domein als toen.

Rong 1980 was het begrip computer nog synoniem voor slecht gekleedde geleerden die tussen geheimzinnig zoemende machines onbegrijpelijke handelingen uitvoerden. Hun tegenpool waren minstens net zo wereldvreemde jongeren die in automatenhallen obsessief aan spelcomputers rukten. Daartussen was er niets. Dat niets bevond zich na aankoop ineens in de huiskamer. En het was voor beide doeleinden volslagen ongeschikt.  

Daar was bij kopen en aansluiten nog niets van te merken. Maar na de eerste kick van een groen-zwart-of geel-zwart beeldscherm waarop je letters kon laten verschijnen begon er wat twijfel te ontstaan. Hoewel het toetsenbord nog een beetje op de vertrouwde typemachine leek was het meteen duidelijk dat dit veel geavanceerder was. Maar wat je er mee moest was volkomen onbegrijpelijk. En papier kon er ook niet in.

Hier moest dus een keuze gemaakt worden: de brede weg van de verwaarlozing of het smalle pad van de kennis. Dat laatste was geen gemakkelijk klus. Een home computer draaide meestal op een eigen besturingssysteem. Dat kon via de computertaal BASIC worden gevoed met opdrachten om er iets zinnigs mee te doen. Probleem was dat je Basic moest kennen en de handleidingen nogal taai waren. Een nog veel groter probleem was dat het op een hele basale wijze moest worden ingevoerd: via een toetsenbord.

Onder het motto jong geleerd oud gedaan werd een en ander vrijwillig in het onderwijs aangeboden. Je kon dan in het computerlokaal simpele basic programma’s maken. Ik vond het fascinerend, maar het doet in retrospectieftoch wat infantiel aan: hoogtepunt was het heen en weer laten bewegen van een pixel-bolletje of het automatisch trekken van een lijn over het scherm. Zelden heeft een epochale technologische revolutie zich zo lullig aangekondigd als bij mijn de computerles in 1982 op een TRS-80 homecomputer in het KGL.

homecomputers met gebruiksaanwijzing

Had je het allemaal een beetje onder de knie, dan was het zaak om een goede toepassing voor die vaardigheden te verzinnen. Meestal kwamen volwassenen niet verder dan het catalogiseren van de kostbare platenverzameling. In plaats van ernaar te luisteren kon je op je koude zolderkamer lekker aan de slag om voortaan via een computer te kunnen zoeken naar artiesten of muziek die voorheen alleen maar moeizaam aan een iconische platenhoes herkenbaar was. Meestal werd er een back-up bij-getypt voor de zekerheid. Een goede tweede was natuurlijk het penibel bijhouden van de inkomsten en uitgaven binnen het gezin. Een activiteit die meestal abrupt stopte als de aanschafprijs van de homecomputer voor de partner zichtbaar werd.  

De jeugd was wat inventiever en probeerde natuurlijk de automatenhal binnenshuis te halen. Gezien de naar huidige maatstaven schrikbarend primitieve vormgeving van de spelletjes was het helemaal geen gek idee zelf iets beters te fabriceren. Dat resulteerde in eindeloze basic programma’s die als listings basic-code in populair wetenschappelijke tijdschriften werden gepubliceerd. Je kon die dan uit de KIJK, of speciale boeken overtypen om na dat vreselijke karweitje te ontdekken dat er ergens een komma, punt of spatie was overgeslagen. Waar? Dat moest je zelf uitvogelen.

Basic programma’s om over te schrijven: let ook op de boeiende spelbeschrijving rechts!

Gelukkig kon je programma’s ook op een cassettebandje opslaan. Zulke hoogtepunten van huisvlijt werden op gezette tijden in een speciaal radioprogramma afgespeeld. Dat klonk als een soort eeuwig piepende deur. Liefhebbers van moderne muziek hebben het destijds vast wel eens verward met het Holland Festival. De presentator besprak de inzending, telde af en dan kon de trotse bezitter van een cassettedeck een eenmalige poging doen om het programma op te nemen. Nodeloos te vermelden dat dit meestal mis ging en allerlei kraakjes dezelfde ellende veroorzaakten als de handmatig ingetypte listings. Om nog maar te zwijgen van al die stakkers die per ongeluk Musica Nova met Ton Hartsuiker op radio 4 hadden aangezet en opgenomen…

Met komst van Windows verdwenen de kleine homecomputerfabrikanten in hoog tempo het toneel. Dat maakte een einde aan het martelende geëmmer met alle verschillende programmeertalen en systemen. De dure homecomputers verdwenen naar stoffige zolders en hun kostbare inhoud ook. Dat is best jammer. Niet alleen omdat je de waardevolle platenverzameling nu weer gewoon met de hand moet doornemen, maar ook omdat al die persoonlijke probeersels een uniek en tijdgebonden stuk creativiteit vertegenwoordigen dat een prachtig inkijkje geeft in de digitale pioniersgeest van jaren tachtig.

Al die informatie lijkt onherroepelijk verdwenen omdat de oude programmeertalen net zo zinloos zijn geworden als de hiërogliefen of het spijkerschrift. Ik ben benieuwd wanneer er een generatie van archeologen opstaat die aan de hand van dit bronnenmateriaal weer ontsluierd hoe er ooit naarstig werd gezocht naar manieren om de onvermijdelijke vooruitgang een zinnige plaats te geven in het dagelijks bestaan.


Er is gelukkig een plek waar dat mogelijk is: het sublieme Home Computer Museum in Helmond. Daar is de hele evolutie van de Home Computer in de waarste zin van het woord te beleven. Tandy, Philips, Sinclair, Atari, het staat er allemaal. Omdat veel stukken van de collectie voor bezoekers te bedienen zijn, is het misschien wel een van de leukste musea van dit land. Een echte aanrader. Mijn dank is groot voor de toestemming voor het maken van deze foto’s! Een uitvoerige review van het museum volgt spoedig.

MAJ's avatar
MAJ

Plaats een reactie