De langste vertegenwoordiger van het straatmeubilair is ongetwijfeld de lantaarnpaal. Je hebt ze in soorten en maten, maar er is er eentje die gerust de Jezus van de straatarchitectuur genoemd mag worden. Het is de kwikdamplamp die in de jaren tachtig vrijwel alle nieuwbouwwijken sierde. Hij vervulde de rol van geduldige speelkameraad en gaf zo licht en troost de toen ook al wat saaie avonden in een nieuwbouwwijk. Je kon hem namelijk uittrappen.
Dat was niet moeilijk: Op traphoogte moest je een flinke schop geven. Trof je juiste plek, dan ging de lamp uit. Geweldig.!En het leuke was dat hij na een tijdje gewoon weer aan ging. Zo hoefde je je nooit te vervelen. Heel wat leuker dus dan een bushokje of telefooncel waar het weken kon duren voordat de schade weer was hersteld. Zo bood de paal een soort duurzaam recycling-vandalisme voor jongeren die wel iets stuk wilden maken, maar het eigenlijk niet durfden.



Om het misbruik van de lange speelkameraad onder de knie te krijgen hoefde je geen genie te zijn, maar het was toch iets wat je even moest oefenen. In onze buurt was er een eenzame paal waar de aspirant vandaal zijn techniek kon leren. Hij stond op de hoek van een verlaten schoolplein zodat je geen last had van pottenkijkers. Veel viel er trouwens niet te leren. Er was al zo vlijtig geoefend dat de paal inmiddels een soort PTSS had ontwikkeld. Bij de minste aanraking begon hij al nerveus te knipperen en een licht trapje was genoeg om op simpele wijze de omgeving te verduisteren.





Na die eerste oefening kon de laaggeschoolde vandaal aan het werk. Dat was spannend, want niet alle palen waren eenzaam gesitueerd. Daarnaast maakte het schop- en trapwerk maakte natuurlijk ook een hoop lawaai. Zeker als je eindeloos moest beuken om het licht uit te krijgen. Met wat pech kon je een boze buurtbewoner achter je aan krijgen-en soms zelfs een agent. Oefening baart kunst, en na een tijdje had een vlijtige trapper een goede timing ontwikkeld. Echte professionals konden moeiteloos een hele straat uittrappen. Had je dat magum opus volbracht dan duurde het niet lang voordat er een volgende verveelde puber opdook om zijn opgekropte vernielzucht op de openbare verlichting te gaan botvieren.



Het uittrap-seizoen besloeg grofweg de herfst en de winter. Rond Pasen was het gedaan met de pret. Wel een toepasselijke datum, want de eeuwige cyclus van lijden en herrijzenis die de paal belichaamde had beslist een christelijk trekje.
De wederopstanding van de straatlantaarn was namelijk een soort mirakel. Ik en mijn buurtgenootjes hebben nooit begrepen hoe die mysterieuze resurrectie nou eigenlijk werkte. Dat wonder van het eeuwige licht gaf de geduldig lijdende paal een soort messiaans karakter. Hij stierf voor je zondenen floepte na een tijdje gewoon weer aan. Zo kon je als trappende zondaar eindeloos verlost worden.
Als ik godsdienstleraar was geweest, had ik elke klas een avondje laten trappen om het wonder van wederopstanding en vergiffenis op een prettige manier aanschouwelijk te maken. Want nooit werd het geloof zo begrijpelijk en nuttig in de architectuur verbeeld als door de lantaarnpaal.
Niet elke paal is uittrapbaar. De klassieke exemplaren waren kort en hadden een kap in de vorm van een cocktailglas. Je treft ze nog sporadisch aan, onder meer in de omgeving van de Utrechtse Alexander Numankade waar deze foto’s zijn genomen. Of de moderne paal nog steeds uit te trappen is weet ik niet. Er is sinds de vroege jaren tachtig waarschijnlijk heel wat veranderd en ik ben niet van plan om ’s avonds op pad te gaan om het actief te gaan testen.
Hoe het mogelijk was een lamp eindeloos te maltraiteren zonder dat werking nadelig werd beïnvloed heb ik nooit begrepen. Misschien kan een technisch geschoolde lezer-of ervaringsdeskundige- er zijn licht eens over laten schijnen. Een verklaring wordt zeer gewaardeerd.
De telefooncel.
Wie wil bellen doet dat tegenwoordig mobiel. Overal, ook waar vroeger een telefooncel stond. Een telefooncel, wat was dat? Even voor de leden van de Pech-Generatie: voordat een telefoon een ding was waar je spelletjes mee kon spelen, aan verslaafd kon raken, schulden mee kon opbouwen en mee worden afgeluisterd was het een instrument om…
Lees verderBlauwe Golven Arnhem. Artistiek Stockholmsyndroom aan de Rijn.
De Mandelabrug in Arnhem rust op een woud van ruw betonnen palen in een golvende woestijn van vaalblauwe en vuilwitte stenen waar her en der auto’s geparkeerd staan Dit gebied is overduidelijk door God verlaten, maar er was wel een Schepper: Het was Peter Struycken en we hebbben hier met een staaltje van zijn ruimtekunst te…
Lees verderHet Franse hurktoilet. Grand site de France
Wie de Franse grens passeerde en een toiletbezoek moest afleggen werd tot voor kort op een onaangename verrassing getrakteerd. De vertrouwde Nederlandse toiletpot was nergens te bekennen en je werd geconfronteerd met een keramische bak met een gat in een midden. Een gebruiksaanwijzing was er niet. Dat was toch niet de vorm van natuurbeleving die…
Lees verder