Het Franse armoedeprobleem is niet nieuw. De banlieue heeft een voorganger in de krottenwijken die vroeger op de plaats van de boulevard Périphérique lagen.
De Ringweg van Parijs-de Périphérique- is een bekende semi-permanente verblijfplaats voor het legioen aan vakantievierders dat er jaar in, jaar uit, op stil mag staan tijdens zwarte zaterdag. Niemand vindt dat leuk. Dat is vreemd, want het is een boeiende weg met een bewogen geschiedenis waar een hoop te zien is. De afstotende bebouwing aan de stadszijde bestaat grotendeels uit goedkope arbeiderswoningen uit het interbellum. Aan de buitenkant is er altijd wel een banlieue naar keuze zichtbaar, makkelijk herkenbaar aan de haveloze flatgebouwen. En met een beetje geluk zijn daar zelfs wat rookwolken van brandende auto’s te zien.
Hoe is die fraaie route er gekomen? Het begon allemaal met een stadsmuur. Door de groei van de stad werden die steeds omvangrijker tot Lodewijk XIV er een einde aan maakte. De bolwerken verdwenen en maakte plaats voor boulevards-ja inderdaad, het woord is van bolwerk afgeleid. Parijs werd een open stad en Frankrijk vertrouwde op Vaubans grensvestingen (het pre carré) aan zijn grenzen om vijanden af te slaan.
Na de geallieerde inname in 1813 werd werd het immense gebied in 1834 echter tóch toch maar weer omwald. Deze muur van Thiers was 34 kilometer lang en omsloot met ruime afstand het toenmalige stadsgebied. De gigantische omwalling bleek al in 1870 geen militaire waarde te hebben. De Pruissen schoten de stad doodleuk van grote afstand in puin en keken verbaasd en op veilige afstand toe hoe binnen de muren communards en Franse regeringstroepen in een poging tot collectieve zelfmoord de rest van de stad in de as legden.

Ondanks dat debacle bleef de muur gewoon bestaan. Aan de buitenkant was een schootsveld van 200 meter dat niet officieel bebouwd mocht worden. Op deze militair gezien onzinnige zone begon zich een vreemd verschijnsel te ontwikkelen. Omdat de ruimte binnen de muur volledig volgebouwd was, verrezen daar allerlei illigale onderkomens voor de armen zodat Parijs werd omgeven door een gigantische krottenwijk die niet onderdeed voor huidige examplaren in Afrika of latijns Amerika. Geschat wordt dat er in 1919 70 000 mensen woonden



De zone bij St Ouen op een briefkaart. Rechts de zone bij Porte de Clignancourt richting St Ouen in 1940.
Buiten die zone kon er weer gewoon officieel gebouwd worden. Zo ontstond een de bizarre situatie van een nutteloze stadsmuur met aangrenzende cirkelvormige krottenwijk binnen een van de grootste steden ter wereld. Ook onze nationale armoede schilder Vincent voelde zich er onmiddellijk toe aangetrokken en maakte er enkele minder bekende werken.


La Zone tussen Porte de Saint Ouen en Porte de Clignancourt in 1929 op een zeldzame kleurenfoto van Auguste Léon (1929). Rechts woonwagens achter de palissade bij de Porte de Choisy in 1940.
Desondanks viel na WO 1 het doek. De muur werd gesloopt om plaats te maken voor een bebouwing die een andere vijand moest tegenhouden: boze arbeiders. Op de plek van de wal verrezen naargeestige arbeiderswoningen van meerdere verdiepingen die op hun beurt een soort muur vormden. Omdat de zone echter gewoon vol bleef staan met krotten was het animo om er te gaan wonen gering. Pas na en grote schoonmaak werden de wijken betrokken maar echt gezellig is het nooit geworden. Op luchtfoto’s uit het einde van de jaren ’40 wordt duidelijk hoe hardnekkig stukken krottenwijk zich staande hebben weten te houden. Er zijn nog duidelijk inofficiële paadjes zichtbaar die aangeven hoe de situatie tot voor kort moet zijn geweest.
En wat moet je met zo’n ringvormige stuk wasteland binnen je stad? In de jaren ’50 waren ze eruit: Er zou een ringweg om Parijs worden aangelegd om het sterk groeiende verkeer alle plaats te bieden: de boulevard Périphérique! Wat er nog aan zone over was werd volgebouwd met flats, kantoren sportvelden en af en toe een parkje.


Er werd gebouwd van 1958 tot 1973 en sindsdien is de snelweg is een stinkende verkeersader die zowel voor verkeer als omwonenden een absolute ramp is. De overlast wordt opgevangen door de ring van arbeiderswoningen. Het aantal doden door verkeer en uitlaatgassen zal dat van krijgshandelingen in vroeger eeuwen inmiddels wel ruimschoots hebben geëvenaard. Maar het nette burgerlijke Parijs wordt zo opnieuw effectief beschermd tegen de boze buitenwereld. De boulevard dus zijn naam dus eer aan en heeft Parijs opnieuw een gescheiden stad gemaakt: binnenstad en banlieue. Eens een muur, altijd een muur.
Wie over de zenuwslopende weg rijdt, bevindt zich dus eigenlijk op de krottenwijk. Die situatie wordt elke zomervakantie weer beeldend, gereconstrueerd door de duizenden toeristen die zich, slecht gekleed en slecht gehumeurd, tussen hun stilstaande met troep volgestouwde blikken hutten om de meest basale menselijke behoeften proberen te bekommeren. Een jaarlijks re-enactment van een krottenwijk. Met publieksparticipatie! Misschien moeten we er maar eens een festival van maken.
Wie niet in de file wil staan hoeft niet te wanhopen. De wal en zone van Parijs zijn prachtig te bestuderen op de prachtige site remonter le temps die kaarten en oude nieuwe luchtfoto’s van Frankrijk combineert. Ook op Google Earth is een overlay met luchtfoto’s uit 1949 een mooi hulpmiddel. Het ontzettend leuk daar eens een tijdreisje langs de zone- en de rest van Frankrijk-te maken. Wie meer wil weten kan terecht bij deze video met een prachtige en gedetailleerde reconstructie van een stukje zone.
De zone werd in het interbellum weliswaar kleiner (ca. 40 000 inwoners) maar bleef gewoon bestaan. Hij werd pas door het Vichy regime definitief opgeruimd. Toch zijn krottenwijken in Frankrijk nooit echt verdwenen. In Nanterre ontstond tussen 1950 en midden jaren 70 een groot kamp en tegenwoordig is Calais er berucht door. ook deze zomer blijkt weer dat de erfenis van zo’n kamp nog steeds doorwerkt. Ook in de zone is het nooit echt goed gekomen. Tijdens het bouwen van de muur van Thiers werd er een militair spoorlijntje aangelegd-de petite ceinture. het in onbruik geraakte lijntje bestaat nog steeds en haalde in 2015 op treurige wijze de pers toen er een nieuw ontstane krottenwijk werd opgeruimd.
De muur van Thiers is vrijwel geheel verdwenen. Naast de namen van de poorten als evenzovele afritten van de Périphérique zijn er maar een paar restjes overgebleven. Deze foto toont 2 resterende bastions bij porte Clichy aan weerszijden van de spoorweg naar gare du Nord. Ze laten zien hoe de muren werden vervangen door complexen van de meerlagige arbeiderswoningen die geheel links direct aansluiten. Let ook op de arbeiderswijken ten noorden waarvan de leefomstandigheden nauwlijks afweken van die in de zone.


Gerelateerde posts
St. Honoré in Amiens: De paus en de Wereldtentoonstelling van 1937.
Dit enorme gevaarte van gewapend beton dat een verkeersplein in…
Lees verderBetonbrutalisme XXL. Wonen op een snelwegtunnel.
De aloude wens om een ideale samenleving af te dwingen…
Lees verderLes Damiers: de rotte kies van La Défense.
Het Damiers complex, gebouwd tussen 1976 en 1978 bestaat uit 640…
Lees verderLe tour Perret in Amiens: Hoogmoed in de provincie
Na de verwoestingen in 1940 kreeg ook in de Noord-Franse…
Lees verder