Akkers aan de Somme: Microgeologie van de Eerste Wereldoorlog.

Op het moment dat dit bericht gepubliceerd wordt is het op de minuut af 106 jaar geleden dat de slag aan de Somme begon. Verliezen op de eerste dag: 60 000 doden en gewonden, waarvan 30 000 in het eerste uur van de aanval. 8 per seconde. Wie net is begonnen met lezen moet maar maar even rekenen hoeveel er dat er nu al per woord waren.

Als er één oorlog was die optimistisch begon is wel de Eerste Wereldoorlog. Hoe het afliep is bekend. De eerste industriële oorlog werd de oercatastrofe van de twintigste eeuw die als een aardverschuiving letterlijk alles veranderde. Dat werkt nog steeds heftig door in ons dagelijks leven, ook zijn we daar ons vaak niet van bewust. Zelfs de huidige oorlog in de Oekraine is er overtuigend mee te verbinden.

Omdat WO1 inmiddels alleen maar door geschiedschrijving te benaderen is lijkt dat onaangename ontstaansrelict van de 20e eeuw langzamerhand abstract. Maar dat is het niet. Ook in het landschap heeft hij diepe sporen achtergelaten. En juist dat is een bron die, onafhankelijk van de uitgebreide en kwalitatief hoogstaande historiografie, op microniveau toont hoe de oorlog evolueert en tastbaar blijft. Bijvoorbeeld op een willekeurige akker aan de Somme. 

Dart geallieerde Somme-offensief werd een ijkpunt in de oorlog. Het plan had het mechanische karakter van 19eeeuwse techniek en markeerde het botsen van realiteit en mentalileit. Het plan was om na een beschieting van een week de Duitse stellingen wandelend in te nemen. Op wervende plaatjes werd het sportieve karakter verbeeld en sommige regimenten kregen zelfs een voetbal uitgereikt. Hoewel de nutteloosheid van die tactiek al vaak was bewezen liepen na anderhalf miljoen granaten tienduizenden Engelsen(en Fransen!) op een stralende ochtend hun dood tegemoet. Daarna werd nog zo’n 5 maanden verder gevochten zonder ander resultaat dan wederzijdse afmatting en aderlating. De slag werd iconisch, mede door literatuur en films, en is -terecht- een Brits nationaal trauma. De strategie getuigde van een vorm van onverschillige blindheid die je nu ook bij de Brexit ziet waardoor je haast zou gaan denken dat die handelswijze een typisch Britse eigenschap is. Hoewel daar veel voor te zeggen valt leden ook de Duitsers en Fransen verschrikkelijke verliezen aan de Somme. Balans: een miljoen doden en gewonden een totaal verwoest landschap. Dat resultaat wordt alleen maar bitterder als je bedenkt dat deze veldslag maar een onderdeel was van de vele lange serie uitputtingsgevechten aan het westelijk front.  

Het puin is inmiddels redelijk opgeruimd en op verschillende plaatsen is de Slag aan de Somme nu ontspannend te beleven. In Peronne bijvoorbeeld is in het herbouwde kasteel een spannend museum gevestigd waar WO I op allerlei manieren aan het sensatiehongerige publiek wordt gepresenteerd. Kaarten, roestige wapens, gruwelijke foto’s, leuk aangeklede poppen en natuurlijk een batterij touchscreens om het verleden nog wat beleefbaarder te maken voor de allerjongsten. In de wijde omgeving wordt je niet meer beschoten, maar wel doodgegooid met monumenten, kerkhoven, battlefield tours, kakelverse nagebouwde loopgraven en enorme hoeveelheden bruine bordjes. De oorlog lijkt beleefbaarder dan ooit en is hartstikke leuk. 

Het verleden is strategisch in hapklare brokken neergelegd om als ondoordringbare linie toeristen vast te houden. Aangelokt door een avontuurlijke mythe komen ze in groten getale. Niet zo lang als in 14-18, maar korter en efficiënter: als grondstof voor de bloeiende toeristenindustrie. Wel minder avontuurlijk, maar veel veiliger. Na de gedane dienst aan de lokale economie belandt de vakantieplichtige tegenwoordig niet op het kerkhof maar kan vrolijk naar huis om geld voor de volgende vakantie te verdienen.

Door die overkill aan functionele geschiedenis zou je haast vergeten dat de échte oorlog nog letterlijk onder je voeten ligt. Ga -liefst na het ploegen-een willekeurige akker op en kijk eens naar de grond. Die is steevast bezaaid met roestige stukken ijzer, soms een granaat en af en toe een stukje bot. Wie fantasie heeft kan zich daar onmiddellijk wat bij voorstellen. Lelijk, modderig en nutteloos. Maar wel echt. Net zoals de oorlog zelf. 

Zo’n stuk roestig staal is de rest van explosie van een granaat. Het is altijd afkomstig uit een hoogoven uit Duitsland, Frankrijk of Engeland, bewerkt in een (vaak door vrouwen bemande) wapenfabriek en getransporteerd naar de Somme en om een soldaat uit een van die drie landen te treffen. Zo’n roestblok getuigt van de ongekende industriële output die deze oorlog mogelijk maakte. En ondanks 100 jaar opruimen liggen er nog miljarden, niet alleen aan de Somme maar langs het hele voormalig westelijk front. 

Als je je realiseert dat het hele slagveld 100 jaar later nog verzadigd is met staal krijgt dit conflict ook een persoonlijke en tastbare dimensie. Miljoenen granaten en dito doden zijn abstract. Staal en bot niet. En hoewel al die fragmenten tot dezelfde naamloze categorie behoren zijn er geen twee hetzelfde. En juist dat versterkt hun zeggingskracht. Lijden is immers nooit nationaal maar altijd persoonlijk. Als je de oorlog wil begrijpen, zoek hem dan op dit microniveau op en laat het eens rustig op je inwerken. 

Meer dan alle knusse musea laat zo’n willekeurig stukje ogenschijnlijk hersteld landschap zien wat de eerste industriële oorlog werkelijk aanrichtte. En de evolutie van dat bronnenmateriaal is nog lang niet ten einde. Wie goed kijkt zal zien dat de zwaardere stukken metaal zich steeds meer concentreren op lage natte plaatsten. Zo zullen ooit kleine ijzerbankjes ontstaan als geologische herinneringen aan het eerste grote industriële conflict. Híer staat de tijd nooit stil en wordt 1916 op natuurlijke manier verwerkt. Laten we hopen dat dit nooit gemusealiseerd gaat worden.  


Het voormalig slagveld aan de Somme beslaat grofweg het gebied aan weerszijden van de Somme tussen Albert en Peronne. Het is eenvoudig te herkennen aan de oorlogskerkhoven. Het landschap werd bijna totaal verwoest door de maandenlange gevechten. In sommige bossages zijn nog stukjes slagveld te vinden die een indruk geven van de voormalige kraterwoestijn. Verder is elke akker nog steeds bezaaid met de resten. Omdat ongeveer 15% van de granaten blindgangers waren worden er nog steeds grote hoeveelheden explosieven aangetroffen. Ze liggen als stapels naast de weg.
Literatuur is er genoeg, maar soms is muziek beter. Bekijk de foto’s en luister eens naar:

Muziek: Benjamin Britten, War Reqieum, Agnus Dei. Tekst Wilfred Owen

MAJ's avatar
MAJ

Plaats een reactie