Het Zonnehuis: een collectief brein voor de arbeidersklasse.

Hoewel de arbeidersklasse in het begin van de 20e eeuw flinke materiële vooruitgang had geboekt bleef er op het geestelijk vlak nog wel wat te wensen over. Het uitputtende werk in de fabrieken was afstompend en had nog weinig met life long learning te maken. Om ervoor te zorgen dat de arbeider zich niet helemaal aan primaire driften overgaf moest hij goedschiks of kwaadschiks worden blootgesteld aan de verworvenheden van cultuur, wetenschap en beschaving. Verheffing dus. Omdat een arbeider niet als individu, maar als klasse werd waargenomen, bestond die ingreep uit de bouw van complexen die als de hersens van het collectief moesten gaan dienen.

Dat werd serieus aangepakt in het Amsterdamse Tuindorp Oostzaan dat vanaf 1920 werd gebouwd voor de arbeiders van de Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM). In 1932 verrees daar het Zonnehuis als geestelijk middelpunt van de wijk.  Het werd gebouwd door een socialistisch architect en was deels bedoeld als werkverschaffing voor arbeiders die door de crisis getroffen werden.

Het idee van het Zonnehuis is bepaald niet uniek. Niet vreemd natuurlijk, want het was de eeuw van de massa’s. In totalitaire systemen leidde dat tot het oprichten van Pompeuze arbeiderspaleizen en Kulturhäuser om hun uitverkoren massa’s van passende gedachten en bezigheden te voorzien. Dat is ons in Nederland gelukkig bespaard gebleven het hier bij een vriendelijk vorm van collectivisme-light is gebleven dat in z’n ergste vorm nooit boven het niveau van een uit de hand gelopen padvindersclub uitsteeg. Daarnaast won spaarzaamheid het altijd van ideologische visioenen zodat bouwkundige uitspattingen zich beperkten tot de bescheiden somberheid van de Amsterdamse school.  

Dat degelijke Pindakaas-collectivisme wordt in het Zonnehuis belichaamd door een vreemde mix van monumentatilteit en spaarzaamheid.  Het gebouw is door de strategische plaatsing op het plein een onontkoombaar object in de bebouwing. Zo lijkt het toch een beetje op een goedkope miniatuur versie van een planmatige Sovjet-stad. Er is echter wel flink gewoekerd met de ruimte. Loop je door de zij-uitgang naar buiten dan sta je meteen voor de tuinmuur van de buren.

Wie op zoek is naar architectonische uitspattingen moet naar de achtergevel. Tegen een wand van kunstig metselwerk staan daar vier blote beelden. Ze symboliseren een gezin maar zullen verder echter weinig weinig met de fysieke realiteit in de wijk te doen hebben gehad. Dat was dan ook meteen het toppunt van uitbundigheid, want de vormgeving van de voorgevel is wat minder hoogdravend. Het bordes met dikke steunberen wordt geflankeerd door strenge laddervensters en oerdegelijke ramen. Door de plaatsing in een enorme overmaatse puntgevel die zo uit een kleutertekening had kunnen komen wordt het openbare met het huiselijke gecombineerd. De monumentale pretenties worden verder getemperd door de dominante baksteen en de scherp afgesneden dakranden. Daardoor heeft het geheel toch een wat kneuterige uitstraling en houdt het midden tussen een barak, een montagehal of een jeugdherberg met strenge leiders en een alchoholverbod.

Ga je de trappen op naar binnen, dan verdwijnt die sjofele monumentaliteit en ontvouwt zich een hele andere wereld. De hal en trappen zijn uitgevoerd met natuurstenen elementen en de grote zaal is bekleed met prachtige houten betimmeringen en dito vloer. Dat fraai verzorgde interieur weerspiegelt het belang wat werd gehecht aan de activiteiten die er plaatsvonden. Muziek, dans, lezingen, discussies, en natuurlijk allerlei cursussen met het oogmerk een beschaafd en nuttig lid van de samenleving te worden. Een bibliotheek en een leerkeuken maakten het complex compleet. Zo was het optimaal toegerust om de werkende mens mee te laten delen in de verworvenheden van de bovenklasse. Kortom, een pakket met een goed doordachte mix van Bildung en vermaak dat toont dat het de oud-socialisten om de inhoud ging, en niet om uiterlijk vertoon.

Er werd enthousiast verder geknutseld aan het algemeen welzijn totdat de TV de huiskamers begon te veroveren. Dat apparaat bood de arbeiders de mogelijkheid om zich zonder bemoeienis van bovenaf zélf te gaan verheffen. Geen kookschool en Bingo, maar patat op de bank met de VARA en Willem Ruys. Het collectief versplinterde in evenzovele kijkdozen die een centraal gebouw langzaam overbodig maakten Toen met het sluiten van de werf ook de arbeiders verdwenen viel er niets meer te verheffen. Het complex kwam leeg te staan en Tuinddorp werd een probleemwijk.

Het zieltogende gebouw werd in 1993 van de sloop gered en het prijkt tegenwoordig op de monumentenlijst. Die gedwongen winterslaap verleende het complex echter een uniek karakter omdat bijna alles alles nog in originele staat aanwezig was. Noodzakelijke verbeteringen werden nadien zorgvuldig en respectvol uitgevoerd. Gelukkig is niet alles opgeknapt: er liggen nog stukken tapijt op de vloer, deuren zijn soms haveloos en in de kleedkamer is nog een wasbak aanwezig die waarschijnlijk uit de bouwtijd dateert. Een prachtige en bijzondere atmosfeer die op een unieke manier het huiselijke met het officiële combineert en laat zien waar het allemaal voor bedoeld was.

Het Zonnehuis doet sindsdien weer waar het goed in was en presenteert een rijke programmering aan zijn omgeving. Missie geslaagd zou je zeggen. Het is echter wel jammer dat het beproefde beschavingsideaal niet meer wordt omarmd door de zelfbenoemde leiders van de nieuwe boze onderklasse. Ze schreeuwen moord en brand als en stukje van hun zuurverdiende belastinggeld dreigt te worden gespendeerd aan het algemeen belang van cultuur. Zonnehuizen dus. Ze lijken vergeten te zijn dat hun grootouders daar ooit hard voor hebben moeten vechten. Terug bij af! 


Het Zonnehuis werd gebouwd door de architect J.H. Mulder (1888-1960) die ook het Tuindorp Oostzaan voor zijn rekening nam. Het gebouw is een Nederlandse versie van het Kulturhaus dat onder verschillende benamingen overal in het voormalig Oostblok te vinden is. Tegenwoordig een icoon van de Amsterdamse school, hoewel de monumentaliteit zich voornamelijk tot de achterzijde beperkt. Het Zonnehuis is bepaald geen dood monument. Zoals de foto’s op deze pagina tonen is er een keur aan activiteiten te beleven. Deze zijn afkomstig van een reeks voorstellingen van de Stichting Appeltaartconcerten die zich inzet voor het toegankelijk maken van klassieke muziek voor iedereen. Helemaal in lijn met de oorspronkelijk doelstelling van het Zonnehuis!
Adres: Zonneplein, Tuindorp Oostzaan, Amsterdam-Noord.

MAJ's avatar
MAJ

Plaats een reactie