Het lavet: de grote hygiënische sprong voorwaarts

Een lavet. Klinkt chique. Lavare is Latijn, laver Frans. Een lavet zal dan wel diepe wortels hebben in de rijke Europese cultuurgeschiedenis… Niets van dat alles helaas. Het woord is een kinderachtige samentrekkeing van Laupman, Van der Eerde en Trip. Door de namen van dat olijke drietal creatief te verbinden ontstond het woord Lavet. Ontzettend klunzig en met een hoog kleuterschoolgehalte. Een wat teleurstellende Nederlandse bijdrage aan de cultuurgeschiedenis die de zuinige en sobere wederopbouwmentaliteit in één woord vervat.

Het lavet was een grote ronde bak die het midden hield tussen een wastafel en een enorme emmer. Daarboven was de bekende s-vormige kraan gemonteerd, liefst tegen een tegeltjeswand en voorzien van een grote griezelige geiser met allerlei onsmakelijke buizen. Lavetten werden in enorme aantallen geproduceerd en waren een vast bestanddeel van bijna alle (sociale) woningbouwprojecten van de jaren ’50 en ’60.

Wederopbouwmarmer

Zo’n vooruitstrevend woonelement moest natuurlijk ook van vooruitstrevend materiaal zijn. In dit geval was dat ocriet. Klinkt Kuifje-achtig, maar het werd niet door Professor Zonnebloem uitgevonden. Het was een vinding van eigen bodem die werd werd geproduceerd in de ocrietfabriek op het Ocrieteiland in de Eem bij Eembrugge. De naam was afgeleid van concrete, dat toen door de gebrekkige volkskennis van het Engels, in geschreven vorm alleen als konkriet kon worden herkend.

Ondanks het hoge kinderclub gehalte van de namen zorgde het truttige tweetal voor een vooruitgang van formaat. Het verenigde alle niet-uitscheidings-gerelateerde sanitaire functies op een hele goedkope manier in een hele kleine ruimte. Een extreme vorm van multifunctionaliteit. Meestal is dat label een betrouwbare garantie voor onbruikbaarheid, maar het wonder van ocriet deed werkelijk wat het beloofde.

Hooggehakte huishoudvreugde bij het lavet.

Het lavet bezat een redelijk aanrecht met diepe spoelbak waarin het lekker afwassen was. Ook konden groenten worden gewassen om ze in Weckflessen te stoppen. Om die derrie later weer van je tanden te halen kon je ook weer bij het lavet terecht om je tanden poetsen en kunstgebitten te reinigen. Daarnaast kon je er prima de was mee doen. De bak verving de logge wastobbe en kon, omdat er een speciale motor met rotor werd ontwikkeld, worden omgetoverd in een heuse wasmachine. Wringen en spoelen kon prima op het miniscule aanrechtje. Klinkt extreem primitief, maar het was een enorme vooruitgang. Veel huizen hadden geen stromend water, om maar te zwijgen van heet water dat bij van de waterstoker gehaald moest worden. Vergeleken het hopeloze geploeter waarmee dat voorheen gepaard ging was het lavet dan toch wel een wonder van moderniteit en humaniteit. Het werd dan ook niet voor niets goedgekeurd door de Nederlandse Verenging van Huisvrouwen, die, als je de afbeeldingen mag geloven, door de ocrieten heiland uit Eembrugge tot een vorm van uitzinnig geluk werden gedreven.

Als bonus voor al dat moois was er tenslotte nog de mogelijkheid eindelijk je kinderen goed schoon te schrobben-als je de rotor had verwijderd tenminste. En dat was leuker dan het nu lijkt. Ondergetekende heeft nog goede herinneringen aan zijn belevenissen tussen de ocriete wanden van een lavet in een jaren ’60 flatje.

Wie eruit groeide hoefde niet meteen te kiezen tussen het badhuis of eeuwige goorheid. Echte durfals konden er ook in zitten, of zelfs staan, en zich op die manier met een stukje zeep proberen te reinigen. Een hygiënisch doemscenario dat walging opwekt.
De lavet-generatie had echter het geluk dat hun ontwikkeling gelijke tred hield met de sanitaire revolutie die onverminderd doordenderde. Gaandeweg werd ieder huis voorzien van een douche en ook wasmachines werden heel gewoon. Die explosie van betaalbare persoonlijke hygiëne leidde er toe dat de lavet productie rond1970 werd gestopt. Dat inruilen van relatieve armoede voor een hogere energierekening luidde ook meteen het begin in van de epidemie van ruimtegebrek in alle woningen die nog niet op al die nieuwe logge apparaten waren berekend.

De wederopbouwikonen verloren daardoor hun functie verdwenen snel uit de interieurs. Dat was nog een hele toer want een lavet was op de eeuwigheid gebouwd en vooral erg log en zwaar. De grootscheepse renovatie of sloop van naoorlogse wijken gaf de laatste grote lavetkolonies de nekslag. Ocriet hield het wat langer vol omdat het ook werd gebruikt voor aanrechtbladen. De kans dat je een stuk ocriet aantreft is dus een stuk groter dan de vondst van een gaaf lavet. Trotse huizenkopers verwarren dat gelige stenen geval nog wel eens met graniet zonder te weten dat ze gewoon een product van somber wederopbouwmarmer in huis hebben.

Een lavet lijkt nu naargeestige armoede armoede uit te stralen, maar het was eigenlijk een van de grote verworvenheden van de twintigste eeuw. Het was een grote sprong voorwaarts voor de hygiene én de leef -en werkomstandigheden van de huisvrouw. Een stukje stenen emancipatie dus. Hoewel lavetten vrijwel geheel verdwenen zijn, hoeft iemand die nog eens weemoedig wil ervaren hoe het vroeger was niet te wanhopen.

Ocriet was niet alleen een antwoord op de behoeftes van de wederopbouw, maar ook op de nieuwe schoonmaakmidellen. De keiharde kunststeen was daar prima tegen bestand. Die nietsontziende naoorlogse obsessie met hygiëne richtte zich echter ook op het lavet zelf. Het gebruik van die onverwoestbare plonskuip leidde natuurlijk tot de slijmerige realiteit die nu eenmaal alle natte huishoudonderdelen kenmerkt. Om geniepig loerende schimmels en aangekoekte broeierige prut te verwijderen kon, nee moest, er geboend worden. Met VIM natuurljk, dat stond zelfs op het afvoerputje. Een extreem sober schrobmiddel uit de bekende bus met gaatjes.

Wie dus nog eens nostalgisch te keer wil gaan kan een schort omdoen en zich met een houten borstel helemaal uitleven met dit lavetgerelateerde schoonmaakproduct. Leuk als de verveling echt toeslaat. Een onvervalste en vermoeiende lavet- experience voor weinig geld! Ben je klaar dan weet je meteen weer waarom vooruitgang zo prettig is.

De naamgevers van het lavet waren de directeur van de ocrietfabriek H. van der Eerde en twee van zijn medewerkers: R.R. Laupman en F.H.P. Trip. Hun schepping heeft zo’n onuitwisbare inruk achtergelaten dat hij zelfs op een postzegel werd vereeuwigd. Omdat de lavetten overal verdwenen zijn is het likken aan die postzegel misschien wel de meest directe manier om nu nog met dat stukje geschiedenis in contact te komen. De ocrietfabriek lag op een eilandje in de Eem en was lange tijd een grote werkgever in de regio. Na het staken van de lavet productie liep hij nog even door door en produceerde diverse van ocriet afgeleidde kunststenen voor Bruynzeel keukens, allerlei sanitair en vakantieparken. Na de sluiting in 2007 werd het complex verwoest door een brand. Wie geen postzegels heeft en dan maar op bedevaart wil naar deze kunssteengroeve der vooruitgang heeft dus pech. Wie er nog iets van wil zien moet het doen met een woest bosje bezaaid met betonplaten.

MAJ's avatar
MAJ

Plaats een reactie