De Suikerstrooier: Der Süsse Heinrich.

Een suikerstrooier is geen bouwwerk, maar was daar vaak een onmisbaar onderdeel van. En met het totale aantal geproduceerde exemplaren zou je moeiteloos een flinke stad kunnen bouwen. Iedereen kent deze typische tafelgenoot met de nooit lekker draaiende en altijd knarsende deksel die op wonderbaarlijke wijze een gedoseerde hoeveelheid suiker in je koffie deed plonzen. Hij was  een vaste verschijning in vrijwel alle openbare gebouwen, horecagelegenheden en huishoudens.

Het geniale apparaat is niet zo oud. Het ontsproot aan het meesterbrein van Heinrich Kurz in Nidderau, werd gepatenteerd door Willy Kurtz (niet -Wortel) en verscheen in 1954 op de markt. De Süsser Heinrich gedoopte vinding was perfect voor de toenmalige knibbelmaatschappij. Suikerklontjes waren relatief duur en zakjes ook. Wat was er handiger dan de en gros ingekochte suiker in perfecte porties door de klant zelf te laten doseren? Zo’n besparing maakte bij de berekeningen op een dubbelzijdig gebruikt grijs kladblokje met een potlood een enorme indruk. En het scheelde ook eindeloos heen en weer lopen me zakjes, klontjes of de suikerpot met lepeltje. Eigenlijk heel duurzaam, al had dat woord toen nog niet de huidige betekenis. Gelukkig had het ding desondanks toch nog een enorm commercieel voordeel: Hij kon vallen en was dan helemaal kapot. Dat garandeerde een enorme en stabiele productie.

De strooier gedeidde zowel solitair als in groepen. In die laatste vorm was hij vooral in allerlei horecagelegenheden te vinden waar hij zich pijlsnel verspreidde. Op het hoogtepunt van zijn populariteit varieerde dat van truckerrestaurants tot 5 sterren hotels. Ondanks dat algemene verspreiding had het ding natuurlijk altijd iets armoedigs en leverde een duurzame bijdrage aan de morsige omgeving van al die kantines, stationsrestauraties en andere fourageerplekken aan de onderkant van het culinaire domein.  

Een ideaal leefgebied voor een kudde Zoete Hendrikken: de voormalige kantine van het Utrechts Conservatorium in het gebouw van K&W.

Die smoezeligheid was wederzijds. Want ondanks de claim van hygiëne speelde de strooier waarschijnlijk een grote rol bij het verspreiden van infectieziektes. Iedereen kon hem immers met zijn ongewassen jatten pakken en weer terugzetten. En zou het vet uit het haar van de bedienden zich langzamerhand niet ook in het apparaat hebben genesteld?  Daarnaast oefende de aanwezigheid van achtergebleven, of in opgeslibd lichaamsvet verstrikte suikerkorrels natuurlijk een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op ondeugende geesten. Het zullen zeker niet alleen kinderen zijn geweest die de aangekoekte vaalwitte klonten, krabbend met hun vieze vingers, of gewoon door direct oraal contact, van Heinrich hebben verwijderd. En dan te bedenken dat door het gekluns van klanten de punt van zo’n ding altijd wel ergens in de koffie of thee terecht kwam. Een ideale omstandigheid om de toch al aanzienlijke uitwisseling van organisch materiaal van alle gebruikers te optimaliseren.

Of de bacterieverspreider ook en rol speelde bij het opbouwen van een natuurlijke resistentie zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Wel is het zeker dat Heinrich de corona epidemie waarschijnlijk geen week had overleefd. De gebruikers ook niet trouwens. Gelukkig is het zover nooit gekomen. De populatie kreeg het vanaf de jaren ’90 zwaar te verduren toen zij in haar biotoop concurrentie kreeg van oude bekenden zoals het suikerzakje en de suikerklont. Daarnaast begon ook de hippe kandijstaaf steeds meer door te dringen in de horeca.  Ook het verdwijnen van privaat bedreven kantines en spoorwegrestaurants ten gunste van sfeerloze ketens met een ziekelijke obsessie voor hygiëne heeft waarschijnlijk meegewerkt aan het verdwijnen van de talrijke Heinrich-kolonies in het culinaire domein.

Ze zijn nog steeds te koop bij de bekende huishoudzaken. Wie ze nog in het wild wil waarnemen moet echter goed zoeken. Ik denk dat vermolmde vakantiecentra, Chinese restaurants, zuinige verenigingen en obscure kerkgenootschappen een niche vormen waar hij zich goed staande heeft weten te houden. Solitaire exemplaren zullen zich waarschijnlijk nog wel schuilhouden in keukenkastjes of kartonnen dozen. Wie durft moet maar eens op expeditie gaan in het wat meer verwaarloosde gedeelte van zijn woning. Foto’s en ervaringen zijn van harte welkom.

Heinrich Kurz (1862-1934) uit het Hessische Nidderau heeft de zegetocht van zijn geesteskind nooit beleefd, want hij stierf in 1934. Hij was een veelzijdig uitvinder en schiep onder meer roterende wasmachine, een WC-opzetstuk voor kinderen en natuurlijk de pannenkoekdraaier. Hij meldde nooit patenten aan maar bewaarde zijn geniale vindingen in een klein notitieboekje. Op basis daarvan werd de suikerdoseerder uiteindelijk gepatenteerd door zijn kleinzoon Willy.

MAJ's avatar
MAJ

Een reactie op “De Suikerstrooier: Der Süsse Heinrich.

Plaats een reactie