De Mathildenhöhe straalt optimisme uit en is een onbetwiste showcase van het Fin de Siecle. Destijds was het echter allerminst duidelijk dat er al zo snel een Fin zou komen. Dit ensemble was dan ook niet bedoeld als markering van het einde van dat tijdperk, maar juist als logische impuls tot de verdere ontwikkeling ervan. Het is dan ook een bijzondere omstandigheid dat juist het Fin van die Siecle juist op dit brandpunt van de vooruitgang bijna tastbaar te beleven is.
Darmstadt is niet rijk bedeeld met waardevolle restanten van het verleden. De stad werd in WOII het proefkonijn voor een nieuwe manier van carpet bombing waar met de ideale mix van brisant-en brandbommen werd geëxperimenteerd. De resultaten waren zodanig dat de binnenstad werd herschapen tot een troosteloze wederopbouwwoestijn die een vergelijking met Amerikaanse steden kan doorstaan. 20e -eeuwser kan het bijna niet.

Desondanks bezit Darmstadt een stukje werelderfgoed van formaat: de Mathildenhöhe. Dat is te danken aan Groothertog ernst Ludwig (van Hessen-Darmstadt) die in 1897 het startsein gaf voor de bouw van een kunstenaarskolonie. Doel was het ontwikkelen van moderne en toekomstgerichte architectuur.
Dat is goed gelukt. Zo goed zelfs dat niet alles altijd even bijzonder oogt, zeker waar het om de woonhuizen en details van de ateliers gaat. De vormen zijn bekend en de meeste gebouwen zouden niet opvallen tussen in de talloze villawijken, tuinsteden of scholen die er rond die tijd gebouwd zijn. Het is dan ook niet zozeer de vormentaal, maar de concentratie van al deze bouwwerken en hun functie voor kunstenaars die het ensemble zo bijzonder maken. Daardoor is het een weliswaar opvallende, maar vooral logische schakel in de progressie van kunsten en wetenschappen die zo kenmerkend was voor de lange 19e eeuw.

Mathildenhoehe was weliswaar een adellijk initiatief, maar het laat ook zien hoe dicht adel en burgerdom elkaar toen genaderd waren. De emancipatie van het burgerdom die zo kenmerkend was voor de 19e eeuw en manifestieerde zich als een steeds dichter en complexere laag architectonsiche sedimenten in alle Europese steden. Het na 1815 onstuitbaar gestarte proces van aristocratisering vertaalde zich langs verschillende neo-stijlen uiteindelijk in de originele Jugendstil die vanuit Wenen als de eerste niet classicistische stijl sinds de gotiek de adellijke smaak zowel in kwaliteit als kwantiteit begon te overheersen. Deze stijl is hier nadrukkelijk aanwezig en illustreert hoe de adel nu op zijn beurt de stijl van een andere klasse begon te omarmen.

Hoe het allemaal verder had kunnen gaan zie je bij de enorme toren die ter ere van het huwelijk van Ernst Ludwig werd gebouwd. Het ding lijkt in niets op iets dat ooit voor die tijd gebouwd was. Een soort overgedimensioneerde trapgevel op een toren die door zijn kneuterig kleine raampjes al een beetje aan de slechtere stukken Amsterdam Zuid doet denken.
Die aarzelende moderniteit wordt in balans gehouden door een kitscherig kapelletje dat een eindje verderop staat te glanzen en zo uit een sprookje lijkt te zijn gevallen. Ook dit heeft met een huwelijk te maken. De zus van Ernst Ludwig was namelijk getrouwd met Tsaar Nicolaas II. Het werd gebouwd om bezoekjes van de oerconservatieve schoonfamilie aan Darmstadt te veraangenamen. Mooi is het niet, maar het geeft een voor West-Europa zeldzaam kijkje in de realiteit van de de Romanov dynastie voor wie het oprichten van een dergelijk kerkje een logische en pragmatische handeling was.

Deze plek tussen traditie, moderniteit en optimisme werd bezocht door een publiek dat deze wereld als een als een vanzelfsprekend deel van zijn omgeving waarnam. Het bewoog zich op het fraaie lanenstelsel. Niet snel, maar langzaam en aandachtig. Dat kan gelukkig nog steeds en ik raad iedereen aan het eens te doen. Want zo ontvouwt zich een rijke en hele complete blik op een mentaliteit en tijdgeest die we ons eigenlijk niet meer voor kunnen stellen, maar hier af en toe nog net voelbaar is.
Bevroren geschiedenis
Het toeval wil dat de Belle Epoque uitgerekend hier in volle bloei afbrak en verstarde. De laatste tentoonstelling was in volle gang toen die in augustus 1914 abrupt werd afgebroken door het uitbreken van WO I. En daarna viel definitief het doek en gingen de lichten in Europa uit. Precies hier!
En het is misschien wel juist dit ongelukkige toeval dat dit Belle Epoque-eilandje tegenwoordig zijn even betoverende als trieste en schoonheid verleent.

Dat wordt op een fascinerende manier voelbaar bij de Lilienbrunnen. Hij toont wat een totale verassing die oorlog geweest moet zijn want hij werd gebouwd in 1914! Het is een soort eclecticistische antieke fantasietempel die half onder water lijkt te staan. Eigenlijk een voor die tijd betrekkelijk normaal en enigszins kitscherig puzzelstukje in het gestaag groeiende sediment op de eindeloze reis naar de vooruitgang. Het zou echter onbedoeld ook een van de laatste worden, want het was nog niet af of die wereld verdween voorgoed.

Vier jaar later was Europa zo onherkenbaar veranderd dat iets als dit nooit meer gebouwd kon worden. Imperia en adel verdwenen -op Engeland na- van het wereldtoneel en maakten plaats voor de USSR en een fors aantal republieken die hun gedwongen democratische regeringen weer snel en ijverig inruilden voor een vertrouwd repressief systeem van linkse of rechtse snit. Kunst verdween naar de massa en zou daar nog een flinke tijd moeten blijven. Ook Ernst-Ludwig moest afdanken en met hem viel ook het doek voor de kunstenaarskolonie van de Mathildenhöhe. Uiteindelijk legde de volgende oorlog Darmstadt zodanig in de as dat de gevolgen daarvan vanuit deze positie nog altijd uitstekend zichtbaar zijn. Dat had in 1914 niemand verwacht. En al helemaal niet op deze plek.
Dat maakt dit bassin onbedoeld tot een messcherpe breukrand met onze tijd. Zo hard, authentiek en contrastrijk dat die breuk bijna voelbaar wordt. Een echt drama dat je hier als op bijna geen andere plaats Hautnah kunt beleven. Als er ergens een plek zowel optimistisch als troosteloos is, dan is het hier wel.
De Mathildenhöhe was als sinds 1800 in hertogelijk bezit en werd gedurende de 19e eeuw omgevormd tot een landschapspark. Het fungeerde als de tot op heden nog zichtbare basis van de kunstenaarskolonie die daar in 1899 op initiatief van hertog Ernst Ludwig werd gesticht. Het terrein bevat woonhuizen, ateliers en talrijke kunstobjecten die daar tussen de oprichting en 1914 werden gebouwd. Blikvangers zijn de Hochzeitsturm (1908) en Ernst Ludwig Haus (1901), beide van Joseph Maria Olbrich, de verschillende ateliers en natuurlijk de Lilienbrunnen (1914) van Albin Müller. De Russische Kapelle van Leontij Benuas werd weliswaar voor de stichting van de kolonie gebouwd, maar geeft die net destijds zo vanzelfsprekende maar nu zo bijzondere verbinding met tsaristsisch Rusland die elders in Europa vaak alleen maar in archieven aanwezig is. De andere gebouwen, kunstobjecten en betrokken kunstenaars zijn te talrijk om hier te kunnen behandelen. Geheel terecht werd het hele complex werd in 2021 toegevoegd aan de Unesco Werelderfgoedlijst.
Een bezoek dus meer dan waard! Het staat iedereen natuurlijk vrij z’n eigen playlist mee te nemen, maar ik zou twijfelaars Schoenberg’s Verklärte Nacht aanraden als risicoloze muzikale omlijsting.
De vroegere bezoekers van de Mathildenhoehe luisterden naar dezelfde muziek als wij. Maar hun klankwereld en klankvoorstelling verschilde enorm van de onze. Wil je ook écht horen hoe deze tijd klonk, dan zijn er gelukkig wat oude geluidsopnames. Luister bijvoorbeeld eens naar Carl Reinecke’s opnames van Mozart pianoconcert no. 23 KV 488 uit 1905. Of sonate KV 332. Authentieke uitvoeringspraktijk zonder giswerk. Zulke klankfotos zijn een betrouwbare akoestische gids naar de bijzondere klankwereld van het Fin de Siècle. Hoe dat toen voelde kun je dus haarscherp meebeleven. Voor wie twijfelt aan het nut van klassieke muziek: tijdreizen bestaat.