Station Nijmegen II

Al binnen geweest? Dan naar buiten. Dat is even slikken. Functionalistisch is dit niet. Functioneel waarschijnlijk ook niet trouwens. Een lange façade bestaande uit arcades en twee enorme torens omsluit als decor de ruimte van een plein. Alsof je per ongeluk op de bühne van een vereniging voor amateurtoneel bent beland.

Al dat fraais is van de hand van Van Ravesteyn, de meest gesloopte architect van Nederland. Die roem wekt verwachtingen, en ze worden ook hier niet beschaamd want ingang van het station is in 1973 alweer afgebroken. Verder klopt het allemaal goed. Baksteen, wit geverfde ‘natuursteen’ en terugkerende motieven in de vorm van vierkante of ronde medaillons laten de tijdreiziger weten dat je in de jaren ’50 bent uitgestapt. Ook de obligate standbeelden van mooie mensen met een boodschap ontbreken niet. Een soort Delftse school, maar wel met een vreemd smaakje.

Op verkenning dus. Rechts van de huidige ingang staan nog een stel traveeën van het hoofdgebouw dat vroeger de hele gevel in beslag nam maar nu meer op een failliete garagebedrijf lijkt. Het busstation dus. Het is, mede door de hygiënisch aangebrachte mozaïeksteentjes, van een ongekende troosteloosheid en de buslijn naar het Einde van de Wereld heeft hier een halte. Letterlijk trouwens, want door een recente verlegging van de busbaan is het hele stationsgebied levensgevaarlijk geworden voor voetgangers. Deze bezuiniging op inwoners is doelbewust en heeft zelf een naam: Shared space .Wees gewaarschuwd!


Voorzichtig terug naar de toren dus. Die enorme Campanile is onder de forse klok wordt gesierd met symbolen die op het eerste gezicht héél even aan en ander bekend symbool doen denken. Als verrassing herbergt hij een een klein heiligdommetje waar de herbouw van Nijmegen wordt herdacht. Een man die op zijn knieën met treintjes speelt verbeeldt de wederopbouw van stad en spoor.


Van hieruit ontvouwt zich een soort plein dat wordt omzoomd door een shabby arcade van gepaarde zuilen die plaats biedt aan wat dubieuze restaurantjes. Het droeve bouwsel probeert krampachtig maar tevergeefs de bebouwing daarachter aan het gezicht te onttrekken.

Twee beelden van mooie mensen liggen wat verweesd bovenop een altijd vochtig hoekje van dit decor. Ze stellen Water en Bos voor. Ze werken blijkbaar inspirerend op mannen die in dat hoekje door hun gewater een hoop Water en Mos en hebben geproduceerd. Een eindje verderop trekt nóg een toren (het waren er oorspronkelijk zelfs twee!) getooid met een droevige ruiter de aandacht. Hij sluit de arcade af en steekt pardoes een verkeersweg in.

Die eruptie van goedkope klassieke vormen past niet alleen nergens bij, maar vooral ook nergens ín. Daardoor lijkt het wel alsof dit wrakke decor juist vóór de wederopbouw is aangelegd in plaats van daarna. Als een halfverwoest of onvoltooid prestige-object dat per ongeluk is blijven staan en waar toen maar moedeloos omheen is gebouwd. Maar wat? Een Gauforum Nimwegen? Dat had er zonder meer zo uit kunnen zien, maar dat is nooit gepland, laat staan gebouwd. Evenmin heeft de Duce ooit een bezoekje aan dit katholiek bolwerk in overweging genomen dat de bouw van zo’n Potemkin-achtige coulisse had kunnen rechtvaardigen.

De associatie met een forum is niet vergezocht. Het was namelijk allemaal Italiaans bedoeld. Van Ravesteyn had een grote voorliefde voor barok en classicisme en was gefascineerd door Italiaanse pleinen. Aha, dát is het dus!  Je vraagt je echter wel af welk Italie hij voor ogen had want de monumentaliteit, rondbogen, baksteen en afwerking met natuursteen doen verdacht veel denken aan de vormentaal van Mussolini’s Rome. Geen toeval waarschijnlijk. Van Ravesteyn verbleef er in 1936 en had grote bewondering voor de monumentale verbouwing van die stad1. Het station, en vooral de hoofdfaçade, lijkt behoorlijk op op die van de Via della Consolazione, (weg der verzoening), de door Mussolini dwars door de bebouwing gebroken boulevard in de as van de Vaticaanse Sint Pieter.2 Verzoening? Jazeker. Tussen de fascistische staat en de RK kerk door de cynische Lateranenverdragen in 1929. Een soort professionele versie van het amateuristische geflirt met rechts van ons eigen CDA in wat recentere tijden. Al met al dus een prima stijl om het station van het toentertijd aartskatholieke bolwerk Nijmegen mee op te lappen.

Station kort na voltooiing. Let op de extra toren links.

Al dat lapwerk resulteerde in dit onbevredigende en onsamenhangende decor. De halfslachtige mix van Delftse school, Italiaanse inspiratie en gemankeerde monumentaliteit produceerde een permanent rommelig en onvoltooid plein zonder functie en betekenis.

Minder moeilijk te duiden zij de talrijke beeldhouwwerken. Aarde en Water en de Ruiter hebben we al gehad. Aarde en Rivier zijn verdwenen maar Geloof en Wetenschap nog niet helemaal. Die laatste twee gingen natuurlijk nooit goed samen en zijn dan ook al in 1973 verdwenen. Ze staan tegenwoordig als stenen illusie broederlijk weg te kwijnen in het Spoorwegmuseum.

De beeldengroep die resteert brengt je gelukkig weer helemaal terug in het heden. Deze creatie van Jo Uiterwaal uit 1954  symboliseert de 3 kernwaarden van het spoor en draagt de pakkende naam Snelheid, Veiligheid Dienstverlening. Hij sierde oorspronkelijk de verdwenen hoofdgevel. Om de gapende kloof tussen de OV realiteit en de doelen te markeren wordt het olijke drietal bij iedere verbouwing een eindje verder van het station geplaatst. 

Veiligheid, snelheid, Dienstverlening . Een eindje verderop een nieuw kunstzinnig trio als verbeelding van het moderne snelle en dynamische leven…

Niet zomaar een station dus in Nijmegen. Uniek, lelijk, permanent rommelig, ondefinieerbaar, en bovendien nog behoorlijk gevaarlijk! Het versnipperen gaat door in Nijmegen: het hoogstandje werd onlangs flink onder handen genomen en ook van wat toepasselijke nieuwe kunst voorzien. De nieuwste loot aan de stam bestaat uit een drietal drol-achtige vormen die het snelle en dynamische leven symbolisren. Mooi hoor! Benieuwd wat de volgende verbouwing weer voor fraais gaat opleveren.


Wederopbouwstations zitten vol met beeldende kunst en Nijmegen is daarop geen uitzondering. De beelden van Jo Uiterwaal(1897-1972) zijn bekenden op Nederlandse stations omdat de beeldhouwer lang samenwerkte met stationsbouwmeester Sybold van Ravesteyn die de vorm dicteerde. In Nijmegen zijn dat naast de al genoemde werken ook de reliëfs aan de toren. Het bronzen reliëf in de Campanille, Wederopbouw van Stad en Spoor (1955) ,is van de hand van Charles P. Hammes (1915- 1991).
Tony Cragg (1949) ontwierp de drollerige sculptuur in 1999 in opdracht van gemeente Nijmegen. Niet om de wettelijke invoering van het hondentoilet te herdenken maar om het visitekaartje van de stad (hiermee wordt het station bedoeld) te ‘voorzien van een kroon’.

MAJ's avatar
MAJ

Plaats een reactie