Station Nijmegen-deel I

Het station van Nijmegen lijkt in een permanente staat van onvoltooidheid te verkeren. Dat is niet vreemd, want eigenlijk is het samengesteld uit ongeveer drie gebouwen. Eentje uit 1894, een tweede uit 1954 en nog bijna twee uit 1973 en rond 1998. En dan is er recentelijk is er ook nog wat aan rondgeknutseld. Dat maakt het niet alleen tot een van de lelijkste stations van dit land, maar ook tot een van de interessantste. Er valt dus een hoop te beleven! Zoveel zelfs dat een bezoek een bespreking in twee columns rechtvaardigt.

Nijmegen I werd in 1894 gebouwd naar ontwerp van Rijksbouwmeester H.C. Peters. Het werd opgetrokken in Hollandse renaissancestijl: baksteen met horizontale speklagen en geblokte togen dus. Vooral de stationshal was zonder meer sensationeel en had  door zijn ongewoon rijke uitvoering de allure van een goed gevulde kathedraal.

Het station werd zwaar beschadigd tijdens het vergissingsbombardement in 1944, maar bleek niet helemaal onbruikbaar. Wat er daarna gebeurde is heel bijzonder. Het station werd niet in zijn geheel tegen de vlakte gegooid, maar de ruïne werd gedeeltelijk hergebruikt. En dat heeft zo z’n gevolgen.

De resten van het oude station zijn nog steeds zichtbaar en geven een zeldzame indruk van het hergebruik van beschadigde gebouwen na hun verwoesting. De kappen staan vrijwel ongewijzigd op gietijzeren zuiltjes over de sporen en contrasteren met het wat slordige staalwerk uit recenter tijd. Een flink gedeelte van de 19e-eeuwse muren staat nog goed overeind, al dan niet aangevuld met modernere aanvullingen. Het perron herbergt zelfs nog een echte stationskapper- heel vooruitziend al in de 19e eeuw voorzien van een soort ontsmettingsbak- die het donkere geheel een nog morsiger karakter geeft. Het haveloze complex geeft een beetje een indruk hoe vervallen middeleeuwse gebouwen eruit moeten hebben gezien voordat werden herontdekt en doodgerestaureerd.


Stationhal 1944/2021. Een bijzonder stukje ruïne in Nederland. De huidige buitenmuur is een maar klein restant van de oorspronkelijke bebouwing. Doorgangen zijn dichtgezet, muurwerk provisorisch hersteld en de rijke ornamentiek is zwaar beschadigd.

Het klapstuk is ongetwijfeld de aansluiting op de voormalige entree van de stationshal. Het lijkt nog heel wat, maar het is het niet. De foto’s laten zien dat het eigenlijk alleen maar een beschadigde muur is die puur door zijn functie is blijven staan. Vormen en ornamentiek zijn betekenisloos geworden en liefdeloos weggepropt achter allerlei utilitaire toevoegingen. Deze vreemde en prachtige ruimte is daardoor een voor Nederland heel bijzonder voorbeeld van een hergebruikte ruïne die nog steeds een vanzelfsprekende functie in de infrastructuur heeft.

Omdat de resterende hoge buitenmuur aan de binnenzijde geen logisch verbindingen meer heeft met de rest van het gebouw heerst er nog steeds een extreem rommelige en provisorische sfeer van noodgebouwen die je vrijwel nergens meer kunt aantreffen. Er gloeit een soort permanent grijs licht dat door de altijd vloekende NS-kleurkeuzes en het ongemakkelijke inpassen van de gebruikelijke stationshoreca nog een extra booster heeft gekregen. Het geheel geeft het ongemakkelijke gevoel van altijd lekkende geruite kartonnen koffiebekers en heeft hetzelfde permanent vettige karakter als de warmhouders van de saucijzenbroodjes die al sinds jaar en dag een vast onderdeel van stations zijn.

Tijd dus om zo’n product te kopen en door de opvolger van de voormalige zuilenhal naar buiten te gaan. De abrupte overgang is haarscherp zichtbaar in de onpraktische deurportalen. Loop zonder te morsen door het suffe voorportaal en geniet nog even van de spannende authentieke schoonheid van schaarste in deze bijzondere hergebruikte ruïne.
Want buiten wacht de net zo sensationele belevenis van Nijmegen II dat tegen de resten werd aangeplakt…Voer voor een nieuwe column!

Nijmegen kreeg relatief laat een station door de hoge kosten van bruggen over de Waal en de Nederrijn. Het eerste stationnetje uit 1865 (voor het lijntje naar het toen nog Pruisische Kleve) stond op de plaats van de huidige concertzaal De Vereeniging. Na de bouw van de spoorbrug werd het huidige terrein bebouwd. Wie een goede indruk van de sfeer van het oude station wil krijgen, kan het beste even een kijkje nemen in het goed bewaarde Postkantoor van Amsterdam (achter het Paleis) dat eveneens Rijksbouwmeester C. Peters ontworpen werd.
Het station verbond de lijnen naar Venlo, Den Bosch Arnhem en Kleve. Dat laatste lijntje is een aantal jaren gesloten en begon, hoewel er daar zes sporen zijn, op het raadselachtige perron 35. Net zo onbegrijpelijk als de teksten van Frank Boeyen. Echt Nijmeegs dus. Stof voor een nieuwe poëtische explosie?

MAJ's avatar
MAJ

Plaats een reactie