Na de verwoestingen in 1940 kreeg ook in de Noord-Franse stad Amiens de vooruitgang eindelijk ruim baan. En wat doe je dan in de provincie? Je bouwt natuurlijk de eerste wolkenkrabber van West Europa!
In het silhouet van Amiens wedijveren sindsdien de kathedraal en iets anders-ja wat eigenlijk?- om de aandacht. De Tour houdt het midden tussen tussen een Romeinse vuurtoren, een slechte kopie van de Domtoren en een poging beton héél hoog te stapelen. Onwetende bezoekers zullen kathedraal en tour van een afstandje nog wel eens door elkaar halen vrees ik.

Het plan kwam uit de koker van de modernistische architect Le Perret, een liefhebber van gewapend beton, die elders in de stad ook nog een paar bouwwerken mocht realiseren. Het plan was uit 1942 en in 1950 was de toren klaar. Maar ondanks al die visionaire ijver bleef hij onbewoond zodat er een andere bestemming voor moest worden bedacht.
Dat was wel nodig ook, want de toren had inmiddels al een twijfelachtige roem verworven: het imago was zo slecht dat het zwaar drukte op de constructie van andere hoogbouw in Frankrijk. Na een flinke verbouwing werd de toren in 1960 nóg een keer ingewijd. Ditmaal met succes, want in 1962 trokken de eerste bewoners de toren in. De wederopbouw was toen al geruime tijd voltooid. De liefde voor hoogbouw was behoorlijk bekoeld en werd pas door de tour Montparnasse weer zichtbaar in het Franse zelfbeeld verankerd.


Een ongeluk komt nooit alleen want le Perret herbouwde ook het naastgelegen station. Beide gebouwen passen nergens bij maar hebben gelukkig elkaar nog. Samen vormen die muurbloempjes een baken van lelijkheid in een zo mogelijk nog troostelozer omgeving waarin zelfs de begrafenisosonderneming nog fleurig afsteekt.

In 2005 werd de toren opnieuw onderhanden genomen. De shabby beton façade werd gerenoveerd en liefdevol voorzien van een extra kubusje, ditmaal uit glas. Die verhoogde de het geheel naar 110 meter en brengt tevens ‘een hommage aan het gebouw’. Wel een vremde hommage, maar beter iets dan niets.
Ook het station kreeg een gedeeltelijke opknapbeurt en een glazen dak. Wie de kathedraal al gezien heeft moet dit fascinerende ensemble absoluut bezoeken. Net zo uniek maar gegarandeerd niet druk. Als je daarna nog geen genoeg kunt krijgen van le Perret dan bof je: de architect is nadrukkelijk aanwezig in Le Havre, waar hij de hele binnenstad mocht herbouwen.




gerelateerde posts
De Abri van Beljon in Tilburg. Een bushalte als hunebed en doolhof.
Gebouwen kunnen zich niet voortplanten, maar in Tilburg lijkt het…
Lees verderStationsplein Haarlem: Beyneshal en Berensteyn.
Het station van Haarlem is misschien wel het mooiste van…
Lees verder